Hardlopen op barre voeten

Iedereen loopt wel eens naast zijn of haar schoenen. Maar het automatisme om ze aan te trekken staat het besluit om ze aan te trekken vaak in de weg. Waarom draag je schoenen? Waarom draag je (die) kleren? Waarom scheer je je? Cultuur? Gewoonte? Traditie? Als je ouders je van jongs af aan ’s morgens altijd schoenen aan (laten) trekken, is dit een diep ingesleten vijfbaans snelweg in de hersenen geworden die je er pas weer uitkrijgt als je je eigen tomtom instelt op het vermijden van snelwegen. Het nut van het dragen wordt daardoor overschat. Je gaat redenen bedenken waarom je ze aanhebt. “Anders krijg ik … voeten”, “Mijn voeten zijn te lelijk”, “Misschien ligt er wel glas”, “Anders wordt ik verkouden”, “Iedereen kijkt naar me als ik hier op blote voeten loop”.

Ja, omdat ‘iedereen’ geschoeid opgevoed is kijken ze naar je. Maar wat als je de vanzelfsprekendheid van allerlei zaken nou eens wat liet vieren? Dan zou je over van alles kunnen gaan nadenken en treedt een nieuwe waaromfase aan.

Mijn eerste B-weg was het besluit in 1999 om geen vlees meer te eten. En dat was niet omdat ik de diertjes zo zielig vond. Ik lustte het niet. Ik had er een afkeer van. De dieren waren vast blij dat er weer een mens minder was door wie ze bedreigd werden. Uiteindelijk werd het vlees eten toch weer een snelweg en ging ik meer (gerechtvaardigde) redenen bedenken waarom ik geen vlees at. Ik werd ook steeds extremistischer. Ik at ook geen producten meer waar dode dieren in waren verwerkt. Op een dag stond ik aan de grens van de Veganistan, en ik wilde wel, maar ben niet naar binnengegaan. En op een andere dag bleek dat ik een B12-tekort had. Ja, je kunt wel stoppen met het eten van kadavers, maar dan moet je wel dit en dat. Je kunt wel stoppen met het eten van dierlijke producten, maar dan moet je wel dit en dat en zus en zo. Aangezien ik het mijn vleesminnende gezinsleden niet nog moeilijker wilde maken ben ik van een extreme vegetariër verworden tot een lastige vage terriër. Een rustige B-weg met voldoende restaurantjes waar ik niet bij elk gerecht speciaal hoef te vragen of er echt geen dierlijk weefsel of extract inzit.

Zo werkt het met alle B-wegen. Daar kan je afslaan naar steeds smallere wegen, onverharde wegen, karresporen, paden, singletracks, konijnenpaadjes, totdat alleen je verbeelding nog een pad ziet tussen de steeds dichter wordende begroeiing.

Barefoot Ted
Barefoot Ted, één van mijn inspiratoren

Op een goede dag ging ik hardlopen. Het was tevens de tijd dat ik vernam dat er een speciale schoen was met aparte tenen. Een soort handschoen, maar dan een voetschoen. Hoe gek zijn woorden dan. Ik deed een ChiRunningcursus, las Born to Run en kocht een paar van die speciale schoenen. Anderen hadden al voor mij nagedacht, het klonk allemaal erg logisch, en voor ik het goed en wel in de gaten had was ik een minimalistische of barefootstyle hardloper. Het beviel en ik verkocht mijn dikke schoenen en kocht huaraches en andere minimalistische schoenen, voor zover mijn schoenmaat en budget dat toelieten.

Ja, waarom minimalistische teenschoenen? Waarom dan niet helemaal schoenloos? Het gemak, denk ik. Het gemak waarmee je over alle ondergronden heenloopt met toch het blotevoetengevoel. Van het transitiegevaar had ik toen nog nooit gehoord. Op een wat langere route dan normaal knakte mijn voet. Ik liet mij niet kennen. Na 2 maanden rust pakte ik de draad weer voorzichtig op en daarna heb ik nooit meer een geknakte voet gehad. Wel gebroken tenen.

Zo af en toe probeerde ik het ook ongeschoeid. Ik stopte er weer mee toen we een koude winter kregen. Ik begon weer en stopte vanwege een verwonding en een te harde landing op een boomstronk. Misschien ben ik wel te onvoorzichtig of zijn mijn ogen niet goed genoeg. Pas onlangs trok ik op een duurloop in de duinen mijn schoenen eindelijk weer eens uit. Dat ging goed. Geen blaren, geen kwetsuren. De volgende poging was een rondje van 5 km door Bloemendaal op verharde ondergrond. Eigenlijk niet verstandig, het was donker. Maar gelukkig, ook weer geheel zonder zoolschade. Ik maak in mijn hoofd weer eens wilde plannen voor een blootsvoetse marathon.

Toch zijn er momenten dat ik het juiste schoeisel vreselijk kan waarderen en er zijn momenten dat ik een beetje baal wanneer ik niet de juiste schoenkeuze heb gemaakt. Tijdens De Koning van Spanje Trail had ik mijn FiveFingers aan. Een groot deel van het parcours was daar niet echt geschikt voor. Scherpe keitjes. Desondanks was ik blij dat ik daar niet blootsvoets liep. De Trail des Fantomes had ik beter aangepakt. Ik deed mezelf minimalistische trailschoenen met noppen kado. Wat was ik daar blij mee op dat spekgladde, met veel scherpe keitjes bezaaide parcours.

Schoenen moeten een meerwaarde hebben ten opzichte van de onbedekte voet. Is die meerwaarde er niet, trek ze dan niet aan of snel uit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.