Op weg naar tweeënveertig barrevoetse kilometers

Bij veel mensen zit een steekje los. Een aantal mensen daarvan zijn prettig gestoord. Nu hebben twee van die gekken het plan opgevat om met een groepje ander gekken een marathon zonder schoenen dwars door onze hoofdstad te lopen. En ik was één van die gekken die me opgaf voor de (eerste) Crazy Barefoot Marathon.

IMG_20150526_213144
Mijn ongeschonden voeten na de 10 kilometer

Begin april van dit jaar liep ik de Lions Heuvelloop. Ik had vanaf het begin van het jaar slechts een paar keer een serieus stuk ongeschoeid gelopen, dus ik werd mijn mijn neus op de feiten gedrukt toen ik met een paar bloedblaren thuiskwam van de 15 kilometers zonder schoenen. Ik had het al eerder meegemaakt bij de Heemstedeloop. Bloedblaren. Je voelt ze niet aankomen, althans ik heb nog niet ontdekt waaraan je dat precies kunt voelen, en als ze er zijn, doen ze minder pijn dan gewone blaren (met blaarvocht). Bloedblaren liggen dieper in de huid en genezen ook langzamer. Normale blaren zijn na enkele dagen weg. Bloedblaren kunnen weken blijven zitten alvorens de huid losgaat. En gaat die huid los, dan is de onderliggende huid nog teer en gevoelig. Dus ze moeten voorkomen worden.

Na de Lions Heuvelloop, waarbij ik mijn voeten had overschat, ging ik het anders aanpakken. In plaats van af en toe een groot stuk blootsvoets besloot ik meerdere keren per week een klein stukje blootsvoets te lopen. Eerst hoofdzakelijk op onverharde ondergrond, later afwisselend op verharde en onverharde ondergrond en vervolgens helemaal op verharde ondergrond. En de afstanden werden langer. Totdat ik gisteren de mijlpaal bereikte van 10 blaarloze kilometers op verharde ondergrond.

Waar je je niet mee bezig houdt met (dikke) schoenen, maar zonder dus wel is dus de grond waar je op loopt. Of het nu asfalt, betontegels of klinkers zijn, alle drie heb je ze in diverse structuren van glad tot ruw. Op gladde stenen hebben je voeten het minder zwaar te verduren dan op ruwe stenen. Soms liggen er steentjes bovenop, als je bijvoorbeeld een oprit met grind passeert of als de  weg net bestraat is en er van die hele fijne steentjes op liggen om de voegen te vullen. Ruw is onaangenaam, maar ook weer niet, want je weet dat je voetzolen er sterker van worden en hoe vaker je erop loopt, hoe meer je het gevoel accepteert. Als je schoenen draagt willen je voeten (of liever gezegd je hersenen) dolgraag weten wat er zich onder afspeelt. De zenuwen worden supergevoelig voor elke minuscule prikkel die door de schoenzool heen komt. Trek dan die schoenen eens uit. Dan gaat opeens het gevoelsvolume van 1 naar 10. Ik probeer nu dat volume naar 3 of 4 te krijgen, met als resultaat:

Na zo’n blootsvoetse gewenningsperiode voel je dus weinig meer van de ondergrond als je opeens weer wel schoenen aan hebt. Met Fivefingers is het gevoel gedempt. Met dikkere zolen is het gevoel vrijwel afwezig. Al die lopers op dikke schoenen zijn een soort prinsessen op  de erwt. Zij voelen met hun hypergevoelige zenuwen nog wel de oneffenheden onder hun voeten.

bikila_02
Abebe Bikila, 1932 – 1973

Tien kilometer is niet niks, maar het zijn nog lang geen tweeënveertig kilometers. Ik heb nog een weg te gaan. Afgelopen zondag hebben 7 barrevoeters net iets meer dan de helft van het marathonparcours getest en hebben dit doorstaan. Op 21 juni is de volgende test. Ook weer een halve, waaraan ook ik zal meedoen omdat ik er tegen die tijd klaar voor denk te zijn. En daarna… ik kan me eigenlijk nog niet voorstellen dat ik er ooit toe in staat zou kunnen zijn. In de voetsporen van Bikila.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.