De genade van Kerkrade

Dit jaar beleefden wij onze zomervakantie uit praktische overwegingen in eigen land. Om toch een beetje een buitenlandgevoel te krijgen verkozen wij Zuid-Limburg, ook wel het land zonder grenzen genoemd. En je zou je kunnen voorstellen dat je hier de uitlopers van de Eiffel en de Ardennen betreedt.

Wij betrokken voor twee weken een appartement in een aanbouw van een ±400 jaar oud vakwerkhuis aan de rand van Kerkrade op de Kaffeberg. Het huis heeft Spaanse, Oostenrijkse en Franse overheersingen doorstaan alsmede aardbevingen en dommigheden. Zo heeft een eerdere eigenaar de pennen uit de gaten van het houten vakwerk uit één gevel getrokken. Die gevel is toen gaan hellen. In deze staat hebben de huidige eigenaren het overgenomen. In 1992, na de zwaarste Nederlandse aardbeving ooit, ging de gevel nog verder hellen en hebben ze de gevel hersteld, zonder vakvulling van stro en leem, maar met metselwerk. De tegenoverliggende gevel is nog wel origineel. Nog niet zo lang geleden is er naast het huis een zeer grote schuur gebouwd. Deze is voorzien van vakwerkstijl. De muren zijn wit en voorzien van donkerbruine planken. Zo lijkt ook de schuur van een afstand van dezelfde bouwwijze als het woonhuis.

De voorzieningen in de gebouwen zijn echter moderner dan het gemiddelde huis in Nederland. Het huis wordt verwarmd d.m.v. een warmtepomp, die helaas net stuk was gegaan vlak voor ons verblijf. Dat was geen ramp want het was tenslotte zomer. De ramen zijn voorzien van sensoren waarmee de verwarming laag gaat als deze worden geopend. Het schuurdak ligt vol zonnepanelen.

Als gasten hadden wij de beschikking over een heerlijk grote tuin. In een ander deel van de tuin liepen geiten en een schaap. De buren hadden alpaca’s en daar kwamen tijdens onze vakantie nog varkens bij.

Als je de deur uit liep en het doodlopende straatje overstak, kon je zo het Kaffebergsbos inlopen. Dit bos ligt op een helling. Beneden ligt Cranenweyer, het enige stuwmeer van Nederland. Dit stuwmeer helpt wateroverlast te voorkomen in het lager gelegen Eygelshoven. Dit lukte tijdens de watersnood in onze vakantie niet helemaal, maar heeft dit dorp wel voor een grotere ramp behoed. Na een paar dagen van harde regen, toen Limburg elke dag uitgebreid in het nieuws kwam steeg het water in het meer. Ik liep daar elke dag, met of zonder hond. Een prachtig stukje bos met veel steile paden. Op sommige padden rond het meer stond het water op een dag kniehoog. Op de plek waar het water het stuwmeer uitliep in de Anstelerbeek ontstond een kolkende massa water. Een deel van de bomen viel om.

De volgende dag was ik erg nieuwsgierig en daalde weer af naar het meer en liep er omheen. Maar deels liep ik er nu doorheen. Een groter deel van de paden stond nu onder water. Het meer was nu veel groter. Het was hier en daar zo diep dat het water tot mijn heupen kwam. Toen ik er bijna omheen was zag ik een mountainbiker aarzelen om een ondergelopen pad door te waden. Voor fietsen was het hier te diep. Hij was aan het filmen voor zijn vlog. Hij wist niet hoe diep het was. Ik ging hem voor en hij volgde. Omdat hier ook een paar bruggetjes over het pad onzichtbaar waren geworden moest hier wel voorzichtig worden gelopen. Dus op het pad en niet er naast. Gelukkig waren hier geen ontbrekende putdeksels, maar wel gaten in het brugdek. Gelukkig kwamen we ongeschonden weer op het droge en vervolgden onze wegen.

Ik nam ook een kijkje stroomafwaarts. Het beekje was een kolkende rivier geworden en liep dus naar Eygelshoven. Het beekje overstroomde en het water stroomde door een aantal straten. Gelukkig niet zo erg dat er auto’s door de straten dreven. Wel liepen er kelders onder en werd dit gepoogd tegen te gaan met zandzakken. Het water in het meer stond ongeveer 3 meter hoger dan normaal. Als al dat water meteen door was gestroomd zou de overlast in dat dorp een stuk groter zijn geweest. Het weer klaarde op, het water stroomde weg en het waterniveau in Cranenmeyer kwam weer op het oude peil. Overal op de paden lagen omgevallen bomen.

Wij ontvingen huurfietsen en gingen hiermee de omgeving verkennen. We maakten o.a. een fietstocht naar boscafé het Hijgend Hert, net ver van het drielandenpunt. Hoewel we fietsen met 24 versnellingen hadden viel deze toch niet mee voor de dames. Omhoog was te zwaar ondanks de vederlichte versnelling en omlaag was te eng. Onderweg gingen we nog enkele keren de Duitse grens over. Het laatste stukje naar het Hijgend Hert hebben we gelopen, via een smal bospaadje.

We fietsten ook naar de Wilhelminaberg. Een berg van mijnafval met een indoor skibaan en de hoogste trap van Nederland. Ik was hier eerder met de Vertical K Serie, waarbij ik 13 keer deze trap moest beklimmen en afdalen. Deze keer deed ik drie beklimmingen. De anderen bleven beneden. Op de top waren ze iets nieuws aan het bouwen. Ruim voor de top was de trap al afgesloten met een hek. Gelukkig kon ik er langs glippen om toch de top te kunnen bereiken. De eerste twee beklimmingen ging de hond een stukje mee. Hij is gek op klimmen maar trappen, daar houdt hij niet zo van.

Ik fietste ook af en toe alleen. Zo fietste ik de grens over, waar je soms weinig van merkt. Ik fietste naar een eenzame berg in een omringend vlak landschap. De Bergehalde Grupe Adolf. Top 260 meter. De voet van de berg is al 150 meter. Hier zette ik de fiets neer en liep naar de top.

We bezochten ook het Blotevoetenpark bij Brunssum, dat zeer de moeite waard was. Het heeft een parcours van ± 4 kilometer met veel verschillende ondergronden en hindernissen. Zo loop je door en over het water. Door dikke en dunne modder. Over boomstammen in allerlei formaties. Ik zou hier nog wel een aparte blogpost aan kunnen wijden.

De opblaasbare sup die we hadden meegenomen hebben we twee keer gebruikt. Omdat er geen ander geschikt water in de buurt was gingen we suppen in Cranenweyer. In dit meer wordt doorgaans niet gezwommen maar wel gevist. Maar je wordt ook niet tegengehouden als je hier wel gaat zwemmen of suppen. Dat deden wij dus. De tweede keer zat er een Duitse fietser uit te rusten op het bankje waar wij te water gingen. Hij wist te vertellen dat hier zeer grote vissen zwommen, meervallen. En dat we moesten oppassen met ons hondje. Zo’n vis van 180 cm zou zo’n hondje gemakkelijk als prooi kunnen aanzien.

Toen de anderen de plaatselijke dierentuin bezochten, reed ik het de hond naar Maastricht, naar de st. Pietersberg.

Hoewel we ook Valkenburg hadden willen bezoeken was dat deze vakantie geen goed idee. Ons vakantiehuis stond op een berg, waardoor wij geen wateroverlast hadden en onze vakantie gelukkig niet in het water viel in tegenstelling tot die van collega’s, die wegspoelden van hun campings. Dus onze vakantie was ondanks wat beperkingen en met spectaculair natuurgeweld om ons heen toch zeer geslaagd te noemen.

Bergpad

Bij velen was de berg der bergen op het pad gekomen. De snelleren onder hen hadden al weken eerder de voet bereikt dan de meerderheid. De meesten bleven liever beneden, of bleven onderweg hangen.

Na een dag of wat hadden ze, op wat achterblijvers na, in ieder geval het basiskamp bereikt. Ze zwierven daar wat rond. Ik kon het allemaal van boven waarnemen. Een stuk verder bergopwaarts zag ik ze klimmen. Meestal was het niet erg steil. De onervaren klimmers gingen dan weer een stuk omhoog en dan weer een stuk omlaag.

Toen ik hoger ging kijken zag ik een aantal op weg naar de top. Ze zagen er allemaal hetzelfde uit. Het was druk. Dit was de minst moeilijke route aan de zuidflank. Uiteindelijk lukt het mij om ook de top te kunnen waarnemen. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was scharrelden ze op en rond de top. Ze hadden geen enkele haast om weer af te dalen. Enkele neerwaartsgangers stortten zich met grote sprongen in de diepten.

Een andere, eveneens voorzichtig lopende waarnemer sloeg dit schouwspel ook met verbazing gade. Die vroeg ook naar mijn schoenen. Of dat lekker liep. Ze werden lelijk gevonden maar dat deed niet ter zake. Ik legde de voordelen uit en vervolgde mijn weg.

Op diverse plaatsen, waar het water soms bijna kniehoog stond, moest ik waden in plaats van lopen. Even de schoenen uit op het strand en weer aan op het pad met scherpe schelpen. Op diverse plekken in meerdere of mindere mate weer die rondtrekkende figuren die mijn weg enorm vertraagde. “Survival of the fittest” riep iemand mij na die mij net had gewaarschuwd voor de amfibietjes met schutkleur.

Ik bereikte de Oosterplas ter hoogte van het kleine strand. Zonder te vertragen zette ik mijn loopbeweging om in een zwembeweging. Dit wekte verbazing en hilariteit op bij een groepje jongeren die hier vertoefden.

Al zwemmend zag ik twee Schotse kalfjes aan de oever hun dorst lessen. De ouders liepen hogerop en maakte zich zorgen. Ik kwam uit het water en vervolgde mijn weg op het droge.

Toen ik thuis binnenstapte had ik er ruim 19km opzitten.

Schoorl met losse hond

De laatste dag van februari waren wij naar Schoorl, met de hond. Het was n.l. tevens de laatste dag dat de hond daar los mocht omdat 1 maart het broedseizoen begint en de hond daar aan de lijn moet. Het was mooie weer en druk. Parkeren was lastig. We liepen naar Dopersduin, de herberg waar Selena vorig jaar in groep 8 toch nog kon verblijven ondanks corona.

Daar voorbij was een klimduin met de naam Klimduin, volgens OpenStreetMap. Bovenaan was Catrijper Nok, het hoogste punt van Noord-Holland. We wandelden op hoogte richting het bezoekerscentrum. Vlak daarvoor was een duin met een touw. Daar renden we naar beneden. En even later bij het bezoekerscentrum de trappen op naar het hoogste duin van Nederland. Bij het volgende klimduin met de naam Klimduin daalden we weer af tussen een mensen- en hondenmassa en kwamen in het centrum van Schoorl.

Misschien gaan we er begin september weer heen. Dan is het broedseizoen ten einde.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Bergen, Wandelen

UH Fourteen

Voor het eerst sinds tijden heb ik weer eens de 30km aangetikt. Eigenlijk net wel of net niet. Op zoek naar een leuke route tot 30km stuitte ik op de UH Fourteen, bedacht door MudSweatTrails, naar het voorbeeld van ‌Nolan’s‌ ‌Fourteen,‌ ‌een‌ ‌bergtocht waarbij‌ ‌de‌ ‌veertien‌ ‌pieken‌ ‌boven‌ ‌de‌ ‌14.000‌ feet (omgerekend ongeveer 4.000 meter hoogte) ‌van‌ ‌de‌ ‌Sawatch‌ ‌Range‌ ‌in‌ ‌Colorado‌ ‌moet‌en worden aangedaan.‌ ‌De‌ ‌route‌ ‌tussen de toppen mag‌ ‌je‌ ‌zelf‌ ‌bepalen.‌

De UH Fourteen is bij lange na niet zo ver en nagenoeg vlak in vergelijking tot Nolan’s 14, maar toch een uitdaging. Een tocht over de Utrechtse Heuvelrug, met alle toppen (op 1 na) boven de 50 meter. Alleen, een ronde met deze 14 toppen is minimaal 54km. Ik vond een route die deze de toppen zoveel mogelijk in 1 rechte lijn volgt van een kilometer of 29. Dus wel alle toppen, alleen helaas niet finishen op het startpunt. De gevonden route heeft bijna hetzelfde begin- en eindpunt als de UHT (Utrechte Heuvelrug Trail), die ik een keer of 4 heb gelopen. Twee keer op Eerste Kerstdag (in 2013 en 2014), één keer in het donker tijdens volle maan en één keer solo onder het genot van de hele weg regen.

Ik ging samen met een vriend lopen. Met de auto er naartoe was het idee. Met de trein van het eindpunt terug naar de start wilden we eigenlijk niet. We reden dus beiden met de eigen auto naar het eindpunt bij Doorn. Vanaf daar met 1 auto naar het beginpunt, de Grebbeberg bij Rhenen.

Het was iets van 9:30 toen we vertrokken. Het regende licht. De Grebbeberg op via ijzeren trappen. Anderhalve week eerder waren we hier in de buurt, in Ouwehands Dierenpark, geopend in 1932. Toen er gevochten ging worden tijdens WO2 kreeg de eigenaar van het park van het Nederlandse leger te horen dat alle dieren afgeschoten moesten worden omdat ze bang waren dat er tijdens de gevechten wilde dieren zouden ontsnappen. De eigenaar vertrouwde de schietvaardigheden van de soldaten niet en besloot zelf met een jachtgeweer het leven van zijn dieren te beëindigen, op een ijsbeer met 2 jongen na, die hij wist te verstoppen met een voorraadje eten. De dierentuin werd verwoest maar de ijsberen hadden het overleefd. Toen de gevechten voorbij waren bouwde hij zijn dierentuin weer op. Maar dat terzijde.

Even later liepen we dwars door Rhenen. Dit stadje ligt ook op de Utrechtse Heuvelrug. Dit kan je duidelijk zien en merken als je vanaf de kant van de Nederrijn het stadje in zou lopen, wat wij niet deden. We liepen min of meer over de kam of zeg maar de ruggengraad van de Utrechtse Heuvelrug en deden 14 wervels aan. Eenmaal Rhenen uit liepen we in het bos en bleven in het bos lopen op een paar heidevelden na. Eén van die heidevelden kwam mij bekend voor van anderhalve week eerder. Toen stonden daar schapen en nu niet.

Bij de Veldschuur, onder Maarsbergen keken we of er koffie verkrijgbaar was. Maar logischerwijs was die dicht. Desondanks even pauze met water en wat te eten. We vervolgen onze weg door de Kaapse Bossen. Erg druk met wandelaars, fietsers, paardrijders en andere recreanten, zoals wij. We kwamen bij de uitzichttoren De Kaap en klommen naar boven. Heel druk op de trappen. Boven bleek het aardig te waaien en de zon te schijnen. De terugweg naar beneden was langzaamlopend en stilstaand.

Nu was het nog maar een paar kilometer naar het eindpunt. Dit laatste stuk viel een klein beetje zwaarder, maar lang niet zo zwaar als ik van te voren had bedacht. Eigenlijk ging het vrij gemakkelijk. Dit uiteraard mede dankzij het lage tempo dat we aanhielden en goed gezelschap.

Na de inwendige mens gevuld te hebben met oploskoffie, mandarijnen e.d. weer teruggereden (niet-coronaproof) naar de andere auto bij de Grebbeberg en in separate auto’s (coronaproof) naar huis. Ja, dit smaakte naar meer lange loopjes in de nabije toekomst.

29,9km, 409hm

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Bergen, Trail

Les Trois Becs

Tijdens onze vakantie in de Drôme ben ik een aantal keren alleen op pad geweest. Zo ook mijn tochtje over les Trois Becs. Deze 3 pieken liggen aan de rand van Fôret de Saou. Dit bos ligt besloten binnen een ring van bergen.

Op alweer een hete dag vertrok ik ’s morgens vroeg met de auto vanaf de camping. Het was niet ver, maar het duurde het toch langer dan verwacht om een goed startpunt voor mijn speedhike te bereiken. Ik kwam op een parkeerplaats waar al meerdere auto’s stonden. Even later had ik het pad naar boven gelokaliseerd.

Ze hadden hier paden gemaakt met traptreden van rotsblokken. Ik haalde diverse wandelaars in. Ik ging opzij voor een snelle trailloper die naar beneden kwam. Ik was hier, zo bleek achteraf, le Veyou (1589m) aan het beklimmen. Eenmaal boven wachtte hier een fenomenaal uitzicht. Een fransman zei iets tegen mij wat ik niet direct verstond. Vervolgens begon hij hevig te gebaren en bleek dat op ongeveer 10 meter afstand een arend langs ons vloog. Ik probeerde snel een foto te maken, maar dat mislukte in de haast. Ik daalde een stukje af en klom naar de top van de tweede piek, le Signal (1559m). Ze waren bezig met renovatie van de paden. Ter voorbereiding hadden ze langs de route grote zakken met rotsblokken gedeponeerd, waarschijnlijk met behulp van een helicopter. Een groep mannen was bezig om de paden van handige trappen te voorzien. Ook hierboven weer even rondgekeken voor het uitzicht en vervolgens weer afgedaald om de derde piek, Roche Courbe (1545m) met een bezoekje te vereren.

Fôret de Saou met mijn virtuele voetspoor

Ja, nu was het klaar en moest ik zien terug te komen. Gelukkig had ik mijn navigatieapparaat bij me. Ik daalde af. Ik hoorde geblaf en gebel. Een schaapskudde. Toen ik dichterbij kwam zag de hond mij als bedreiging. Ik hield hem met mijn stokken op afstand. Gelukkig kwamen er wandelaars aan die de aandacht van mij afleidde waardoor ik mijn weg kon vervolgen. Ik kwam op een breed horizontaal pad. Na een stuk lopen moest ik linksaf. Hier moest ik de bergpas over die uiteindelijk uitkwam op de parkeerplaats.

Mijn persoonlijke formule werkte hier aardig. 10km/h horizontaal + 1km/h vertikaal. In dit geval 10,54km en 973 hoogtemeters in 1 uur en 55 minuten.

Trail des Aiguilles

Ik was een week voor ons vertrek op zoek naar een trailevenement in de buurt van ons vakantielocatie (Vercheny, Drôme, Frankrijk). Ik vond een evenement: de Ultra Tour de la Motte Chalancon met verschillende afstanden: 86, 42, 21, 20, 13 en 12 kilometer. Ik heb de 42 kilometer uitgekozen met 2,4 kilometer klimmen. De naam van deze afstand en dit parcours is Trail des Aiguilles, genoemd naar één van de te beklimmen pieken. Ik zag dat de sluitingstijden van de doorkomstposten nogal ruim was, dus ik kon rustig aan doen door de eenvoudige wetmatigheid: Hoe langer je er over mag doen, hoe meer kilometers je kunt afleggen.

Regelwerk

Er waren nog een paar zaken die geregeld moesten worden voor we vertrokken. Eén daarvan was een medische verklaring. Is verplicht in o.a. Frankrijk bij bijna alle loopevenementen. Dus ik moest de huisarts nog zien te overtuigen om zo’n certificaat te ondertekenen. En ik had nog stokken nodig. Dat was vrij eenvoudig. Ik bestelde een paar Black Diamond’s (Distance Carbon ZPole) van 130cm. Dat was volgens een bepaalde formule de maat die het dichtst bij mijn lengte past. Deze stokken zijn in drieën inklap-/opbergbaar.

Ik stuurde een Franstalig invulbaar certificaat naar mijn huisarts en belde de volgende dag met de assistente. Ik legde uit wat ik van plan was en zij stelde een paar vragen. Uit haar reactie bleek dat het lastig zou worden, zo kort van tevoren en zonder sporttest. Maar mijn verrassing was groot toen ik aan het eind van de middag een mailtje met het certificaat ingevuld en bestempeld retour. Ik heb het meteen geüpload naar mijn inschrijving. Nu maar hopen dat de stokken ook op tijd afgeleverd worden.

Inscription validée

Een dag later vond ik de volgende boodschap in mijn mailbox:

Bonjour! Nous avons le plaisir de vous informer de la validation de votre inscription, après acceptation de votre licence ou certificat médical. Votre inscription est à présent complète.

De stokken werden op tijd bezorgd, ondanks dat het bezorgadres (mijn werk) incompleet was doorgegeven. Gelukkig zijn een postcode + huisnummer (+ eventueel huisletter en toevoeging) voldoende om een adres te kunnen lokaliseren. Ik experimenteerde met een manier van het bevestigen van de stokken aan mijn rugzak. Dat werd te ingewikkeld. Ik stop ze gewoon in de rugzak, als dat nog past met watervoorraad en andere verplichte inhoud.

Hoogtemeters

Ik vond een nieuw trainingsplek: langs het hek omhoog de Brederodeberg beklimmen. Dat deed ik tien keer, en elke keer via de trappen en een smal paadje weer naar beneden. Twee dagen later, een dag voor vertrek, trainde ik daar weer. Maar dan twintig keer omhoog en ook weer langs hetzelfde hek naar beneden. Dat is een nog hogere verhouding hoogtemeters/afstandmeters.

Vakantie

Eenmaal op vakantie bouwde ik mijn training af. Ik liep door onbekende gebieden waarbij ik hier en daar een stuk zonder paden moest overbruggen, al dan niet met braamstruiken. Drie dagen voor de race liep ik de berg tegenover de camping op, een tocht van 4 uur. Voldoende voorbereiding vond ik.

Op de dag zelf zouden 2 wekkers afgaan om 4 uur. Ik was ruim op tijd wakker om te verhinderen dat anderen daardoor wakker zouden worden. De spullen lagen klaar, ik at wat en liep naar de auto die buiten het hek van de camping stond. Onderweg remde ik voor een hert en diverse vogels die zich op de weg bevonden. Na anderhalf uur was ik in La Motte-Chalancon. Ik zag een speciaal voor het evenement ingerichte parkeerplaats over het hoofd en parkeerde buiten de bebouwde kom.

In het hele stadje was leven op deze vroege ochtend. Verkeersregelaars, vrijwilligers, lokale politie, ingehuurde buschauffeurs en zenuwachtige deelnemers, mijn categorie. Ik was in de veronderstelling dat ik op moest schieten en moest snel een startnummer zien te bemachtigen. Dat kon na wat rondvragen ergens in een zaaltje op de bovenverdieping van een gebouw. Ik kreeg daar zonder problemen een startnummer en een shirt. Vervolgens vond na weer wat rondvragen ook de pendelbus naar Rémuzat, de startlocatie. De haast bleek ongegrond want ik zat meer dan ruim op tijd in de bus. Op de startlocatie moest nog ruim een uur worden gewacht voor het startmoment. Ik kreeg er koffie en doodde de tijd met een beetje rondhangen, door Rémuzat en me in te smeren met spul tegen zonnebrand.

Na de start kwamen ruim honderd deelnemers in beweging. Ik was bijna achteraan ingevoegd. Na een paar honderd meter begon de eerste beklimming via een single track. Dus via een soort zandloper en vervolgens achter elkaar lopen, niet al te snel. Daarna werd het pad breed en steil. De voorste lopers zag ik niet maar moeten hardlopend naar boven zijn gegaan. Waar ik liep werd gewandeld, al dan niet met stokken. Bergop wandel ik doorgaans sneller dan gemiddeld en haalde hier wat mensen in. Maar aan de beklimming leek geen eind te komen en de hellingshoek nam toe. Uiteindelijk leek dan toch de top bereikt en begon de afdaling. Ik ben slecht (of voorzichtig) met afdalingen, dus ik werd links en rechts ingehaald.

Toen de snellen mij hadden ingehaald, bleven er nog wat langzameren dan ik over om in te halen. Na weer een klim verscheen er een verzorgingspost. Daarna wachtte weer een uitputtende klim, waarbij ik mijn stokken besloot in gebruik te nemen, die ons naar de hoogste punt van het parcours bracht. Eerst Les Aiguilles (1352m) en vervolgens Pas de la Pousterie (1445m).

Op de foto lijkt de punt in de verte minder ver dan in werkelijkheid. Zie de gekleurde mieren als je inzoomt.

Een hele lange afdaling via haarspeldpaadjes leidde ons weer terug naar het startpunt in Rémuzat, tevens een verzorgingspost. Vanuit dit dorp kijk je tegen een indrukwekkende rotswand, Le Chateau, aan. Ik liep nog beneden tussen de rotswand en een rivier. Een stuk verderop moesten we omhoog. Hier was een soort van pad, maar dan wel met ijzeren uitsteeksels, ladders en staalkabels als hulpmiddelen om opwaarts te komen. Hier en daar stond een vrijwilliger om de veiligheid te bewaken.

Gaandeweg bleken de stokken steeds meer mijn steun en toeverlaat. Het was goed om bezig te zijn om een vierpotig ritme te zoeken, in plaats van alleen maar het ene been voor het andere te zetten. Hoewel ik hier ook op het parcours van de 21 km liep, werd het steeds meer een solo-avontuur. Heel af en toe werd ik nog ingehaald of haalde ik in.

In de verte hoorde ik een blaasinstrument. Ik herkende sommige melodieën. Mijn vermoeden dat er ergens een blazer op een bergtop zou staan klopte niet. Uiteindelijk stond ik op de top en er was geen muzikant te bekennen. Toen ik aan de afdaling begon zag ik beneden een lavendel veld en daaronder stond een blaasorkest. Daar was tevens een waterpost. Ik liet mijn waterzak bijvullen en vervolgde mijn weg, een lange afdaling.

Uiteindelijk kwam ik uit in een dorpje met een verzorgingspost. Hier bleek één van de vrijwilligers een geëmigreerde Nederlander te zijn. Hij woonde in dat dorpje. Vervolgens moest er weer geklommen en gedaald worden, dat het een lieve lust was.

Een paar kilometer voor de finish werd het bijna vlak. Ik had geen zin meer om hard te lopen. Ik werd nog een keer ingehaald en bereikte La Motte-Chalancon. Daar kreeg ik een persoonlijke fietsbegeleider, een jongen van een jaar of 13. Vlak voor de finish leek het of er een andere deelnemer vlak achter mij liep. Ik versnelde om toch niet op het laatste moment nog een keer ingehaald te worden. Na de finish ontving ik een medaile en stonden er uitgebreide tafels klaar met eten en drinken.

Ik bleef niet te lang hangen en liep terug naar de auto. Omdat deze buiten het stadje stond moest ik een aardig stukje lopen. Ik kreeg zelfs nog een lift aangeboden. De terugweg met daglicht was een stuk gemakkelijker en sneller. In een uur was ik terug op de camping.

Uitslag

Ik werd 83e van de 127 starters. 19 deelnemers haakten onderweg af. De winnaar had een tijd van 4:15:48. Mijn tijd was 8:00:55. De laatste kwam na 12:06:43 over de finish.