Het voordeel van trailrunning of padlopen

Trail running, daar is geen Nederlandse vertaling voor. Althans niet één die wordt gebruikt. Het betekent in ieder geval hardlopen over onverharde paden. In het Nederlands schrijven we de geleende Engelse woordgroepen aan elkaar. Dit kan met of zonder streepje. Trailrunning of trail-running dus.

Een trail is een pad of een spoor. Een spoor begint met een serie opeenvolgende voet-, pootafdrukken of langgerekte wiel- sleepsporen. Naar gelang dit spoor vaker wordt gebruikt ontstaat er vanzelf een pad of weg. Wanneer je een padloos landschap beloopt en je wilt naar een bepaald punt lopen, kies je doorgaans de gemakkelijkst beloopbare weg naar een eind- of tussenbestemming. De voorkeur gaat uit naar minder steil, minder dicht begroeid en minder waterpassages. Een spoor begint dus, tenzij het landschap open en vlak is, meestal niet als een rechte lijn. En dat maakt het interessant. Je loopt van bocht naar bocht. Achter elke bocht wacht weer een verrassing. Komt er een helling of afdaling? Verandert het landschap? Moet ik het water over of door?

Het runningdeel van trailrunning betekent dat je niet wandelt maar loopt of hardloopt. Lopen betekent eigenlijk al hardlopen. Een goede vertaling voor trailrunning zou dan ook padlopen zijn.

Waarom dan die haast?

Ik denk: omdat het kan en omdat er figuren zijn die het leuk vinden om alleen of in groeps- of wedstrijdverband over onverharde paden te rennen. Er waren tijden of plekken waar het niet mocht. Maar probeer nu op zondagochtend maar eens rustig een wandeling maken in de duinen. Om de haverklap wordt je opgeschrikt door een trailrunner die voorbijsnelt. Het is intens populair.

Hardlopen kan bijna overal. Als je de deur uitloopt kan je beginnen. Je loopt dan meestal op kaarsrechte verharde ondergrond. Elke stap is vrijwel gelijk. Omdat deze beweging de pezen en gewrichten op repeterende wijze belast op precies dezelfde punten kan het zijn dat je hierdoor een blessure oploopt. Een blessure die je misschien niet had opgelopen op een kronkelend, enigszins verend bospaadje met hier en daar een boomwortel, mul zand, een waterplas, een hellinkje, laaghangende takken, een cluster dennenappels, een slak of een groepje schotse hooglanders of wandelaars. Vrijwel elke pas is anders: een stukje klimmen of dalen, even springen of een grotere stap nemen, bukken, een stukje door de begroeiing. Elke stap belast je een ander stukje van je gestel.

Daarnaast is het natuurlijk veel plezieriger dan lopen in een woonwijk of industriegebied of eindeloos recht lang fietspad. Je bent even weg van je natuurlijke habitat, of eigenlijk juist terug. Dit is waar we goed in zijn: rennen op twee benen en zweten en dit heel lang kunnen volhouden. En mocht je uiteindelijk toch moe worden, dan is er niemand die je veroordeeld als je besluit te gaan wandelen. Bij trailrunning, zelfs bij wedstrijden, zijn er regelmatig hellingen, voor veel lopers te steil om omhoog te rennen en soms zelfs te steil om rennend af te dalen. Of de afstanden zijn zo lang dat je soms toe bent aan een wandelpauze. Of je staat in een lange rij te wachten als de start vlakbij een steile helling met een single track is, waar alleen de voorste toplopers zich al rennend een weg omhoog gebaand hebben en jij tussen de rest van de meute hijgend en zwoegend naar boven ploetert.

Soms vraag je je af: waarom doe ik dit? Misschien omdat dit de kern is van onze fysieke mogelijkheden. Jagen en verzamelen. Voelen dat je leeft. We jagen op de lopers voor ons en verzamelen indrukken, medailles en finishersshirts. Tijdens trainingen verzamel ik soms dennenappels. Ik neem er vaak één mee voor de hond.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.