Slakkenslalom

Mijn fietsmaatje is verhuisd. Normaal rijden we zondagochtend een leuk rondje. Ik kon vanmorgen natuurlijk gewoon op de fiets stappen om in mijn eentje een leuk rondje te fietsen, maar ik besloot de fiets thuis te laten en lopend de deur uit te gaan.

Op de Donkerelaan wemelde het van de slakken zonder huisje. De voetstappen moesten dus daar gezet worden waar geen slak was. Hetzelfde, maar dan nog veel erger gebeurde vlakbij de Oosterplas, waar het wemelde van de padjes. Waar anderen in volle vaart over het pas denderden liep ik heel voorzichtig en stapvoets.

Dit waren niet de enige obstakels. Het had ’s nachts blijkbaar flink geregend. Vandaar ook al die slakken. Die regen, opgeteld bij alle regen van de voorgaande dagen zorgde voor veel ondergelopen paden, en dus natte voeten (en sokken en schoenen).

De Koningsweg was afgesloten (met hek en bord) ter hoogte van Strandslag Zeeweg. Alles stond hier blank. En niet alleen in de duinen was het nat. Het laagste deel van het fietsers-/voetgangerstunneltje bij station Bloemendaal stond tot en met de stoep blank. Toen ik later die dag daar nogmaals was, reed daar met grote snelheid een bakfietser van Coolblue nietsvermoedend de tunnel in. Half nat kwam hij uit te tunnel tevoorschijn. Ik hoop dat de lading nog droog was.

In de duinen ontdekte ik weer een groot gebied dat kaalgeslagen was. Ik liep bijna een kudde hooglanders tegen het lijf en moest van het pad afwijken. Toen bleek dat er helemaal geen pad meer was . De beheerders van Nationaal Park Zuid Kennemerland zijn kennelijk nogal naïef en denken blijkbaar dat alle duinen blank horen te zijn. Blank in de zin van kale zandheuvels zonder begroeiing. Geen materieel te groot om dit voor elkaar te krijgen. Allemaal met smoezen als ‘invasieve exoten’, ‘zandhagedissen’, ‘die bomen horen hier niet te staan’ en ‘duinen moeten stuiven’. Ze hebben er echter een harde dobber aan. Waar het voorgaande jaren door grote droogte prima kaal en zanderig bleef, gooit dit natte voorjaar roet in het eten en zorgt dat het binnen de kortste keren weer groen en glooiend is. Daarna hopelijk nog struiken en bomen, mits dat oogluikend wordt toegelaten door de beheerders.

Swimming in the rain

“Meneer, gaat u ook zwemmen?”, wierp een jongen naar me toe die net vergezeld van een klein groepje te water ging vanaf het kleine strandje van de Oosterplas.

Een half uurtje eerder vertrok ik op de fiets vanaf mijn werk. Het was droog en ik wilde nog een rondje lopen en een duik nemen in de duinen. De lucht kleurde langzaam zwart en het begon te spetteren. Even later regende het en bereikte ik de duiningang. Hordes mensen kwamen er gehaast uit in een poging zo droog mogelijk te blijven. Het begon ook te onweren en nog harder te regenen. Ik kleedde me om, trok ook een regenjasje aan en zette het op een lopen.

Het werd weer even droog en ik liep een klein rondje. Toen ik bijna de Oosterplas bereikte was het zo donker geworden dat een passerende loper vroeg of ik mijn zaklantaarn bij me had. Het leek wel nacht.

Eenmaal bij het water begon het serieus te hozen. Ik was maar net op tijd in het water. Dit was waaghalzerij met die onweer. Gelukkig leek die nog niet heel erg in de buurt. Ik bleef een beetje bij de kant en was er na 5 minuten weer uit. De jongeren hielden het langer uit.

Ik liep weer naar mijn fiets en het bleek nog harder te kunnen plenzen. In de duinen is niets vlak en overal stroomde water. Ik fietste de duinen uit, naar huis.

Een beetje regen kan best leuk zijn, en is niet alleen goed voor de plantjes.

Late zonsondergang

Op een warme dag als deze wilden we nog even de zonsondergang bij Parnassia zien. De anderen zouden de auto pakken en ik liep door de duinen. Ik waadde ook (blootsvoets) over het Laarzenpad.

We liepen bij strandtent Parnassia naar beneden. De zon was bijna onder. We waren bijna te laat. Op wat wolkjes aan de horizon was de lucht wolkeloos. De zon verdween grotendeels in deze wolkjes. De zon bevond zich niet recht voor ons maar een stukje meer naar rechts. Ik liep er schuin heen en bedacht dat dit geen enkele zin had. Misschien sta je een verwaarloosbare miljoenste millimeter dichterbij. In plaats van schuin naar de branding te lopen liep ik er recht op af. Alle mensen die er niet over hadden nagedacht stonden dus een stukje rechts naar de zonsondergang te kijken. Ook José. Ondertussen waren Elisa en ik het water ingegaan. Het water was een heel stuk kouder dan het water van de Oosterplas. Onaangenaam koud. Toen we ook nog heel veel kwalletjes zagen besloten we om snel twee zwemslagen te maken en weer strandwaarts te keren. Daar begon Bailey een kuil te graven en hielp ik hem. Toen de kuil zo diep was dat er water in kwam vond hij het eng en wilde niet meer verder graven. Dat kwam goed uit, want we moesten weer naar huis want het begon al laat te worden.

Dat krijg je van zo’n late zonsondergang, een paar dagen voor midzomernacht.

Vroege en late nachtzwemmers

Vroeg wakker. Even na 4 uur. Ik zette de radio aan. Radio 1. Luisteraars mochten in de uitzending hun mening geven over een vleestax waarover wordt gesproken. Tegen 5 uur was ik nog steeds niet weer in slaap gevallen en stond op. Koffie en op de fiets richting de Oosterplas voor een microtriatlon. Het was al een tijdje licht maar als je vindt dat de nacht tot 6 uur ’s morgens duurt was het nog nacht. Eigenlijk is het in de duinen nacht tussen zonsondergang en zonsopgang, maar dat is niet zoals ik het geleerd heb. In de betreffende uitzending van Radio 1 zeggen de bellers ook altijd goedemorgen om 4 uur ’s nachts. Daar krijg ik altijd kortsluiting in mijn hersenen van plus de neiging om ook naar de uitzending te bellen om te zeggen dat ze daar eens mee op moeten houden. Maar wanneer de nacht ophoudt en de ochtend begint is geen vast gegeven. Toen ik aankwam bij het meerstrand was het er verlaten en stil. Een mist hing over het water. De overkant was nauwelijks te onderscheiden.

Deze zelfde nacht, een aantal uur eerder, hadden jongeren kennelijk bezit genomen van dit paradijselijke duinmeertje. Hoewel het verlaten was, waren er wel sporen van nachtelijke zwempret en feestvreugde in de late uurtjes (of in de vroege nacht). Een hoop lege drankflessen stond reeds bij de prullenbakken. Lege rumflessen, bierkratten. Her en der lagen echter nog flesjes in het zand, alsmede zanderige badkleding en veel handdoeken, als vodden achtergelaten. Tot zelf slippers en een tas aan toe. Dus, heb je nog iets nodig op dat gebied, dan weet je waar je moet zijn. Aan statiegeld lag er zeker voor 15 euro.

Toen ik uitgezwommen was en mijn schoenen weer aan deed kwamen de volgende vroege (of laat nachtelijke) badgasten aanfietsen.

Liever de duivel die je kent

Buiten lopen op blote voeten is fijn. Bijvoorbeeld na een warme dag ’s avonds de hond uitlaten over de opgewarmde stoeptegels. Maar het kan ook minder fijn zijn. Als je bijvoorbeeld ineens met je hiel op een kiezelsteen stapt. Dat is minder erg dan glas, maar stappen in glas komt zo goed als nooit voor. Toch gaan daarover de meest gehoorde opmerkingen als je blootsvoets loopt in de openbare ruimte. En niet: ‘ben je niet bang voor kiezelstenen?’ Je heb ook stoeptegels met een soort antislipprofiel. Dat komt ook voor op asfalt. Als je daarop loopt voelt het aan alsof je elke stap in je voetzool wordt gebeten. Asfalt met hele kleine steentjes erop. Allemaal tegen uitglijders. Maar ongeschoeid glijd je niet zo snel uit en heb je daar alleen maar last van. Soms zoveel dat ik uitwijk naar de berm. In de berm ligt vaak gras. Barrevoets in het gras. Veel beter kan het niet worden. Het gras zal het niet echt fijn vinden maar het deert het ook niet. Als er maar genoeg overheen gelopen wordt wijkt het vanzelf en ontstaan er paden. Dat soort paden is ook een lust voor de naakte voetzool. Maar gras is verraderlijk. Er kan bijvoorbeeld hondenpoep tussen de sprietjes liggen. Dat is overigens geen probleem want hondenpoep gaat makkelijker van een voetzool dan van een geprofileerde schoenzool. Er kunnen zich ook scherpe voorwerpen bevinden in het gras. Onzichtbare scherpe voorwerpen. Weet ik uit ervaring. Dus: loop liever op een licht bijtende straat dan in mogelijk hard bijtend gras.

Better The Devil You Know

Omlopen

Ik had mijn moeder thuisgebracht en het was mooi weer. Te mooi om in een zo recht mogelijke lijn naar huis te lopen. Het was n.l. eindelijk voorjaar.

Ik liep een stukje door Duinvliet (park tussen Aerdenhout en Elswout). Daarna ontdekte ik in Aerdenhout een paardenpad. Dit liep naar het Van Haemstedebos. Daarna beklom ik het Kopje van Aerdenhout, liep door het Mr. Enschedépark en even later over de Westerduinweg, langs de duinen. Nu ik het op de kaart terugzie, merkte ik nog een klein paadje op dat ik had kunnen nemen. Dat bewaar ik voor de volgende keer. Vervolgens rechtsaf het fietspad richting Zandvoort op en bij de natuurbrug Zandpoort het Blinkertpad in, althans een smal onverhard paadje dat daar parallel aan loopt. Dit loopt door het Kraansvlak, onderdeel van Nationaal Park Zuid Kennemerland. Ik passeerde de Atlantik Wal. Aan het eind sloeg ik rechtsaf het Visscherspad op. Even later passeerde ik de Duinpoort, ook onderdeel van de 3 natuurbruggen tussen de AWD en NPZK. Daarna kon ik weer een smal onverhard paadje pakken langs het hek van Koningshof. Ik bedacht hoe het zou zijn als dat hek er niet zou staan. Die hekken moeten eigenlijk weg want natuur moet zoveel mogelijk met elkaar verbonden zijn t.b.v. van de ecologische hoofdstructuur. Waarschijnlijk staan die hekken er al sinds jaar en dag om mensen tegen te houden.

Ik bereikte Kraantje Lek. Ik holde de zandberg af en ging linksaf. Langs villa Luinlust en weer linksaf naar het Brouwerskolkpark. Ik liep een onverhard paadje in en een stukje verderop kwam ik weer op het verharde pad. Daar, ter hoogte van het Kopje van Overveen, schok een labradoedel van mij en beet mij in mijn been. Geen schade merkbaar dus ik liep snel door. Even later schok weer een hond van mij. Die rende hard weg. Toen ik stilhield liet ik hem even aan mijn hand snuffelen om hem gerust te stellen. Ik liep daarna via de rotonde op de Zeeweg binnendoor via het gemeentehuis en achterlangs bij de vaccinatie- en testlocatie.

Dat was een rondje van ongeveer 15km. Aaneensluitend liet ik nog even de hond uit.

Parnassia

Na het eten lag een mooie avond in het vooruitzicht. We besloten naar Parnassia te gaan, een van de schaarse plekken waar honden veilig en legaal eindeloos kunnen rondrennen. Ik ging al hardlopend daarheen. De anderen met de auto. Ik liep naar ingang Bleek en Berg en volgde daar de rode route (Oosterplas, Starreberg, Vogelmeer, langs de Hazenberg). Het Laarzenpad was inmiddels Laarzenmeer geworden. Er doorheen waden kon nog wel, maar wellicht zou ik hier bodemdiertjes mee vertrappen, tijd verliezen, kou moeten lijden en er natte schoenen aan overhouden. Dus ik liep er omheen en even later stond ik op het strand. Toen even later de rest arriveerden kon de hondenpret beginnen. Bailey rende als een dolle door het zand, trotseerde de kustlijn en groef gaten. Geen andere honden te zien, maar uiteindelijk bleek er toch één hond te zijn waar hij mee kon spelen. Ik kreeg het inmiddels koud, maar de zonsondergang was weer adembenemend mooi. Toen we de Zeeweg opreden verscheen er een enorme vuurrode bal in de achterruit van de auto.

Voorjaarsloopje

Ik was al een tijd niet in de duinen geweest. Een hele tijd niet. Ik denk niet dat ik, sinds ik begon met hardlopen, zo lang niet in de duinen (Nationaal Park Zuid Kennemerland) was. Na mijn nieuwjaarsduik niet meer vrees ik.

Ruim voor de wekker wakker, reed ik naar ingang Bleek en Berg en liep het groene rondje. Nog even aarzelde ik of ik wel of niet een duik zou nemen in de Oosterplas. Ik zag wel een paar anderen die net het water uit waren of van plan waren er in te gaan. Maar ik sloeg deze keer over.

Het was al lang mooi dat ik daar weer eens liep.

Stemmen tellen

Ergens zag ik een oproep voor het werven van stembureauleden en stemmentellers voor de Tweede Kamerverkiezingen. Ik meldde mij aan als stemmenteller.

Ik werd ingedeeld op de Willem van Oranjeschool. Vooraf kreeg ik nog een online training.

Op de 3e verkiezingsdag meldde ik mij om 20:45 bij de voorzitter op het stembureau. Het laatste kwartier dat het bureau open was kwam er nog één persoon stemmen en dat bleek ook een teller te zijn. Ik had al eerder die dag gestemd in het Patronaat, alwaar mijn oudste dochter stembureaulid was.

Om 21 uur volgden we het protocol voor het tellen. Alle tellers (drie) waren nieuw, maar wisten dankzij de training in grote lijnen wat de bedoeling was. Naast het telprotocol kwam er ook nog een coronaprotocol bij. Dat betekende mondkapjes (en eventueel handschoenen, mij niet gezien), 1,5m afstand, éénrichtingsverkeer. Uiteindelijk bleek de enige gehanteerde maatregel het mondkapje te zijn. Mondkapje in de zin van: niet over de neus, bij sommige mensen.

De stembureauleden telden de stempassen en de tellers vouwden alle stembiljetten open. Dat alleen al was een immense klus. Vervolgens kwam alles in twee grote stapels op twee tafels. De voorzitter en een stembureaulid (beiden rond de 80 jaar) lazen de lijstnummers op en de tellers legden de biljetten op de juiste stapels. Daarna kon het per lijst worden geteld en als voorlopige uitslag worden doorgegeven. Daarna duurde het nog heel lang voordat alles per kandidaat was geteld. Uiteindelijk moest alles nog worden verzegeld en ingepakt.

Om 1:00 uur was ik thuis. En dat voor ‘slechts’ 480 stemmen.

Klimaatalarm 🔔

Oorspronkelijk was het Klimaatmars maar corona (of eigenlijk het regime) gooide roet in het eten en moest het een stilstaand evenement worden op een grid van 1,5 m. Bovendien met mondkapje (buiten, hoezo?). Er waren 500 stippen op het Vlooienveld in de Hout in Haarlem. Het was niet alleen in Haarlem maar ook in 69 andere steden. Er stonden om 15 uur 35.000 mensen te alarmeren met potten, pannen, fluitjes en klompen. Ik had de hond mee. Voorafgaand aan het alarm was er een 10-tal sprekers die preekten voor eigen parochie.

Of het geholpen heeft of nog gaat helpen, geen idee.