#3oktoberAmsterdam

In de zoveelste persconferentie, op 14 september, is bevolen dat vanaf 25 september 2021 iedereen die een horecagelegenheid, een evenement, sportwedstrijd of culturele voorstelling wil bezoeken een geldige QR-code + matchend identiteitsbewijs moest tonen. De QR-code staat op een speciale app, de CoronaCheck en is officieel coronatoegangsbewijs. Mensen die hun smartphone niet willen of kunnen gebruiken, kunnen ook een QR-code uit (laten) printen. Om het gemakkelijk te maken voor uitgaanspubliek die meerdere tenten in hetzelfde gebied bezoeken staat op sommige plekken een toegangspoort waar je na het verkrijgen van toegang een polsbandje krijgt waarmee je 24 uur lang toegang krijgt in dat gebied. Dit alles ter bevordering van de vaccinatiegraad, vooral onder jongeren. Want, zo lastig als het is om je steeds te moeten laten testen, hoe veel handiger het allemaal is met status ‘volledig gevaccineerd’.

Na succes met stijgende vaccinatiegraden na invoering van coronapassen in verschillende landen was dit voor Nederland een blauwdruk voor succes.

Na het vernemen van deze maatregel gingen mijn haren direct voor de zoveelste keer overeind staan. Ik besloot aan te sluiten bij de eerstvolgende (en mijn eerste) demonstratie tegen de coronamaatregelen. Nu was er meteen op de 25e al een demonstratie in Den Haag. Ik besloot naar die van een week later te gaan, in Amsterdam, de Mars van de Menselijke Verbinding, ondersteund door wel 80 organisaties.

In de trein waren er al veel mededemonstranten te zien. Te herkennen aan de blote gezichten. Waarschijnlijk had de conducteur geen zin in ongehoorzame reizigers, want die hebben we zowel de heen- als de terugreis niet voorbij zien komen.

De mars startte op de Dam. We liepen er vanaf het Station heen. Hoe dichter we de Dam naderden, hoe dichter het parapludak waar we onder liepen. Veel gele paraplu’s ook. We waren er een paar minuten voor de officiële starttijd, maar na bijna een uur wachten zagen we nog geen enkele beweging. Wel ging er af en toe een wave van gejoel door het bijeengepakte volk heen. Om maar niet langer stil hoeven te blijven staan liepen we om het Paleis heen en zagen daar een stroom mensen lopen. Ze waren kennelijk reeds gestart. We voegden ons ertussen. Net voor een groep trommelaars.

Helaas ‘verliezen’ nogal wat mensen hun met gas gevulde hartjesballon

Een poosje later namen we even pauze op de stoep. De stoet trok aan ons voorbij. Opeens liep daar een groep volledig in zwart met monddoeken en vuurwerk in de hand. Er straalde agressie van uit. Even later dacht de politie dat dit een tegendemonstratie was en probeerde deze groep in te sluiten. Dit bleek Defend te zijn, een vrij extremistische organisatie met groepen o.a. in IJmuiden en Limburg. Leden van Defend laten zich niet prikken, behalve dan met een tatoeagenaald. Ze bleken toch mededemonstranten te zijn en mochten doorlopen. Even later zagen we dat Willem Engel vlak voor ons liep. Niet lang, want mensen wilden met hem op de foto. Vervolgens moesten we brullende en toeterende motorfietsen aanhoren. Daarna was de gemoedelijkheid teruggekeerd. Ik hoorde weinig gescandeerde leuzen en zag weinig protestbordjes. Ze kunnen wat dat betreft nog een hoop leren van milieuactivisten.

We liepen voorbij de FvD-bus met op het dak een platform, met daarop Baudet, als een koning, die toezag dat het goed was. Het laatste stuk liepen we bijna vooraan. Vlakbij de truck met muziek van de organisator. Toen de meute langs het station liep en het Damrak weer opdraaide, haakten wij af en stapten op de trein naar huis. Hierdoor konden we zelfs nog zitten in de trein.

Er werd gehoopt op een zeer grote opkomst. Omdat de media de opkomst meestal onderschatten waar het ze uitkomt, was er nu een speciaal bedrijf ingehuurd om de menigte te tellen. Ze kwamen op een getal van 24.500. Dat zijn best veel mensen. Als je ertussen loopt hebt je daar niet zo’n goed beeld bij. Maar toen we in de trein zaten zagen we de kilometerslange stoet lopen. Alle mensen!

„Met verstandige dingen kun je halverwege ophouden, absurditeiten echter dienen voltooid te worden, omdat zij geen andere rechtvaardiging dan hun consequent doorzetten bezitten.” — Godfried Bomans

Tijdens de mars liep een man met een rollator en een galg. In een tweet die later verscheen is de galg gebruikt voor een doodsbedreiging aan het adres van demissionair minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid. Volgens de man met de galg zelf was het een symbool om aan te geven dat onze vrijheid wordt opgeknoopt door het systeem. Er liep ook iemand (of zelfs meer mensen) met een gele ster. Niet heel handig. Deze extremen leiden af van de boodschap en de hele demonstratie met alle diversiteit en nuances wordt dan door velen verkeerd geframed. De meesten mensen, waaronder ik, liep hier op persoonlijke titel en associeer me er niet mee. Ik begrijp echter ook niet het taboe (don’t mention the war) op dit onderwerp.

Nu maar hopen op veel serieuze media-aandacht en een snel einde aan deze gekheid.

Parkrun Schoterbos

Terwijl tegen beter weten in nog steeds de ene na de andere hardloopwedstrijd wordt afgelast zijn er in Haarlem maar liefst 52 hardloopwedstrijden per jaar bijgekomen die wel doorgaan, n.l. de wekelijkse Parkrun in het Schoterbos.

Parkrun is een gratis loopevenement op elke zaterdag, met tijdsregistratie, georganiseerd door vrijwilligers. Dit concept is bedacht in 2004 door Paul Sinton-Hewitt, die ermee begon in Bushy Park in London.

Parkruns verspreiden zich wereldwijd en sinds enkele weken is er ook één in Haarlem, vlakbij mijn huis in het Schoterbos, een park in Haarlem Noord, ooit aangelegd als park Noorderhout. Het park is de laatste jaren grondig opgeknapt met o.a. veel waterpartijen. Omdat ze hier nog steeds mee bezig zijn is het parcours van de Parkrun vooralsnog een beetje saai. Vier dezelfde rondjes op de buitenste voetpaden.

Gisteren besloot ik mee te doen. Ik moest mij registreren, kreeg een streepjescode (godzijdank geen QR-code!). Deze moest worden afgedrukt. Ik heb ‘m op mijn fietsframe geplakt en geplastificeerd met plakband. Zo heb ik ‘m altijd mee, zolang ik maar op die fiets naar de Parkrun ga.

Ik parkeerde mijn fiets. Aanmelden bleek niet te hoeven en na een korte startbriefing wandelden we naar de start. Op klokslag 9 uur begonnen we met lopen. Ik startte achter de snelle lopers, die vooraan klaar mochten staan. Ze gingen er razendsnel vandoor. Het lopersveld veranderde echter de rest van de ronden niet meer wat mijn positie betrof. Ik haalde niemand in en werd ook niet ingehaald, al hoorde ik wel af en toe iemand in mijn nek hijgen. Die bleek achteraf 6 seconden na mij te zijn gefinisht en heeft mij blijkbaar gebruikt als pacer. Ik zal hem volgende keer proberen af te schudden!

Bij de finish kreeg je een token. Een stukje kunststof met een streepjescode. Deze wordt gescand en overhandigd zodra je binnenkomt. Daarna moesten deze token + mijn eigen code nog gescand worden om de finishtijd aan mij te koppelen. Een uurtje later kreeg ik een mail met mijn resultaat en stonden de resultaten ook op de website.

Ik was eerste in mijn leeftijdgroep. Dat was niet zo’n bijzondere prestatie. Van de 50- t/m 54-jarigen deden er maar twee mee, waarvan de tweede er bijna 10 minuten langer over deed, maar hij had wel een PR want een week eerder deed hij er nog anderhalve minuut langer over.

Wil je ook meedoen? Zie meer info op de pagina van de Schoterbos Parkrun.

Net geen halve triatlon

De jongste dochter had een slaapfeestje, oftewel een wakkerfeestje. Toen het tegen de ochtend liep wilden ze gaan slapen en kreeg er één heimwee. Die werd opgehaald en omdat ik toch al wakker was ging ik er uit en fietste naar de Oosterplas om een frisse duik te nemen, een volledig rondje zo dicht mogelijk langs de oevers. Ik was dit keer de enige zwemmer. In het weekend komen ze blijkbaar wat later zwemmen hier. Ik fietste huiswaarts, liet de hond uit en ontbeet.

Vervolgens stond de schoonvader van de middelste dochter voor de deur om mij op te pikken voor de KAV Holland Duintrail. Deze loop is er al vele jaren maar was mij (die dacht alle plaatselijke loopjes al gelopen te hebben) onbekend. De start van deze informele loop was bij ingang Midden Herenduinen en kende drie afstanden: 7K, 13K en 20K. Ik stond klaar voor de start van de 20K om 9 uur, de vermelde starttijd. Er was geen tijdsregistratie geen startschot of ander startsignaal. Even na 9 uur besloot iemand te gaan lopen en de rest besloot te volgen. Dat had ik nog niet eerder meegemaakt. De koploper was al snel uit het zicht verdwenen. Ik bleef een tijdje achterin een groepje lopen. Dit groepje splitste in tweeën waarvan ik bleef hangen in de achterste helft. Toen mijn groepje (op mij na) een lintje miste en ± 50 meter moest omlopen liep ik ineens voor het groepje uit. Ik besloot dat ik dit graag zo wilde houden. Nu liep ik solo en het groepje achter mij raakte steeds verder achter. Bij de strandopgang deed ik mijn schoenen uit. Ik had inmiddels wat last van zand en wrijving. Ik besloot aan de duinkant te blijven lopen om een stukje af te snijden nadat ik twijfelde om nog even af te koelen in de zee vanwege de warmte. Door zo’n afkoeling kan je daarna je voordeel doen. Aan de duinkant was het zand zeer mul, dus langs de waterlijn zou sneller geweest zijn. Eenmaal terug in de duinen trok ik mijn schoenen weer aan. Dat was een beetje een worsteling zoals je dat af en toe hebt met die teenschoenen. Het groepje, nog wat verder uitgedund, kwam snel dichterbij. Desondanks had ik mijn schoenen op tijd aan om het groepje voor te blijven. En zo bleef ik ze de rest van de loop voor. Ik eindigde binnen twee uur. Niet gek voor zijn afstand in dit terrein. Er was appeltaart die extra goed smaak na zo’n inspanning.

Wij nemen een centrale positie in

Daarna naar huis om mij voor te bereiden op het Woonprotest. Ik ging met mijn oudste dochter en haar vriendin. Alleen ging ik met de fiets en zij met de trein. Ik fietste naar het Westerpark in Amsterdam. Omdat ik mijn fiets niet het manifestatieterrein mocht opnemen en ik geen slot mee had verstopte ik mijn fiets in wat struiken naast de Gashouder. Daarna voegde ik mij bij de toestromende betogers en even later ook bij mijn dochter. Het had bij aanvang een beetje de sfeer van een festival. We zaten in een nazomers zonnetje in het gras. Er stond een podium en er kwam reggaemuziek uit een muur van boxen. Een DJ mixte allemaal nummers aan elkaar die iets met het thema wonen te maken hadden. Er waren veel protestborden en er waren sprekers. Er was een rapper, een dichter en een punkband (Hang Youth). Al snel waren er twee uur om en ik moest gaan. Dit was vlak voor de menigte vertrok naar de Dam.

Hier sta ik ongetwijfeld op

Ik fietste naar Nieuw-Vennep. Hier deed ik precies 2 uur over. Alleen al 1 uur om Amsterdam uit te komen via o.a. het Rembrandtpark en het Amsterdamse Bos. Als je fietsknooppunten volgt en een lijstje met knooppuntnummers je enige navigatiemiddel is, is het niet handig als er omleidingen zijn. Ondanks dat bleef ik (met wat zoekwerk) redelijk op de uitgestippelde route. De wind was niet heel gunstig. Boven de dijk langs de ringvaart vlogen de vliegtuigen heel laag. Dit is een gebied met binnendijks Schiphol en buitendijks een langgerekt gebied voor waterrecreatie. Leuk als je van vliegtuigen en boten houdt.

Ik verliet de dijk in Burgerveen en fietste de 13 rijstroken van de A4 over, via een brug gelukkig. Eenmaal in Nieuw-Vennep kon ik op de verjaardag van mijn zwager in de tuin en in de zon vertoeven met een biertje waar ik vreselijk aan toe was. Daarna nog een biertje en lekker eten. Na de laatste hap was het alweer tijd om te gaan om de ondergaande zon voor te zijn. Toen ik mijn huis bereikte was deze reeds onder.

Ik had verdeeld over de dag ruim 90 kilometer gefietst. Ik was slechts iets meer dan 1 kilometer zwemmen, 1 kilometer lopen en nog 10 kilometer fietsen verwijderd van een halve triatlon. De schade was 1 blaar, 2 dagen spierpijn en nog zeker 3 dagen inwendig nagenieten.

Formule 0

We gingen meedoen aan een actie van Extinction Rebellion tegen de Formule 1 in Zandvoort. De avond ervoor maakten we protestborden en dierenonderdelen (schotse hooglanderhoorns, vossenoren en kikkerogen).

Op de dag van de Formule 1 fietsten we naar Station Haarlem. Dit was een verzamelpunt voor actievoerders uit Haarlem en actievoerders die vanuit richting Amsterdam met de trein naar Haarlem kwamen. De treinreizigers lieten op zich wachten. Ondertussen trokken er grote groepen F1-reizigers aan ons voorbij met afkeurende blikken en statements. We besloten alvast naar het echte startpunt van de fietsactie te gaan, Bentveld.

In Bentveld aangekomen stonden daar nog veel meer actievoerders klaar en we wachtten daar op de rest uit Amsterdam. Die kwamen uiteindelijk opdagen. De briefing werd een beetje verstoord door een malloot van Powned die ons de gehele actie bleef lastig vallen. We beklommen de fietsen en reden rustig naar Zandvoort. We werden af en toe links en rechts ingehaald door F1-fans, zichtbaar verontwaardigd waren dat wij hun feestje wilden verstoren.

Op een paar plekken in Zandvoort hielden wij halt om duidelijk te maken waarvoor wij waren gekomen. We eindigden onze actie op het strand. Het was een zeer warme dag en sommigen gingen met XR-spandoeken en al het water in. Na de debriefing fietsen wij huiswaarts via het Visserspad.

De langste lijn van A naar B

Het antwoord daarop weet ik niet. Ik vermoed een lijn tussen A en B met een niet oneindige loop ertussen. De langste lijn is misschien oneindig, maar een lijn tussen twee punten heeft een begin en een einde. Niet oneindig dus.

Mijn langste weg van A naar B was 42 kilometer en 192 meter. Maar niet qua afstand, want ik heb wel eens verder gelopen. Ook niet qua tijd, want ik heb wel eens langer gelopen.

Ik stond bij de start en keek over mijn schouder. Daar kon je, omdat het helder weer was, de contouren van het dorp waar de finish was zien. Ik moest over mijn schouder kijken omdat we eerst een stukje in tegengestelde richting van de finish moesten lopen om vervolgens te draaien en in een min of meer rechte lijn naar het eindpunt te lopen. Hoe dat voelde lees je in mijn wedstrijdverslagen van Scheveningen-Zandvoort van 2013 en van 2016.

Je kunt beter een marathon lopen over kronkelpaadjes. Elke bocht is dichtbij en brengt je weer een stukje dichter bij de finish. 42km over een rechte lijn rennen met het einde in zicht is een soort van marteling. Het einde komt niet dichterbij. Het enige wat helpt is het focussen op doelen dichterbij. Het groepje vogels dat wegvliegt als je dichterbij komt. Het stroompje water aan het eibde van de zandbank. Mensen in de verte. De volgende strandpaal. De volgende badplaats (die ook niet dichterbij komen).

De langste weg van A naar B is een rechte lijn. De langste weg van A naar B is als A het linker- en B het rechteroor is. De langste weg zit tussen de oren.

Zonsondergangers

We reden de parkeerplaats van de Bokkendoorns op met onze zwarte Prius terwijl een witte Prius net wegreed, met daar omheen rennend een hond. De auto parkeerde weer, naast onze auto. Het baasje leek de hond niet te pakken te krijgen. Blijkbaar deed hij een poging die bij kleine kinderen nog wel eens wil werken. Willen ze niet verder of mee, doe dan gewoon of je weggaat en in 9 van de 10 gevallen komt het kind alsnog (brullend) aangelopen. Onze hulp werd ingeschakeld om de nog jonge hond te vangen. Het was een jonge hond die heel behendig alle pogingen van ons ontweek. Ook de aantrekkingskracht van ons hondje hielp niet. Het baasje gooide dennenappels in onze richting waar de hond op af kwam. Uiteindelijk kreeg mijn dochter de hond, die een speciaal tuigje om had met een soort handgreep, te pakken.

Waar we voor gekomen waren kon nu beginnen. We liepen naar ‘Bloemendaal aan Zee’, een officieuze woonplaats getuigende het witte (in plaats van blauwe) plaatsnaambord. Behalve de voortrazende auto’s op de Zeeweg was de omgeving prachtig. Groene glooiende bolle bergen (duinen) en bloeiende bermen met witte en gele bloemen. Net als in echte gebergten heb je bij de kust een boomgrens. De bomen worden lager en lager tot er nog een laatste struikje staat. Uiteindelijk rest alleen nog helmgras en ten slotte niets anders dan zand waar wind en water vrij spel hebben.

Op de boulevard stond er bij de strandopgang een wit rond bord met een rode rand en een zwarte hond. Hier mochten er geen honden op het strand. Ook onze hond niet, al is die wit. De lucht was prachtig en kraakhelder. We hadden een haarscherp uitzicht op de boortorens, windmolens en schepen aan de horizon. De wolkenpartijen waren prachtig. Toen we dat allemaal aanschouwd hadden kregen we trek in ijs, maar daar waar je ijs kon halen was al gesloten. Een gemiste kans voor die verkooppunten op de boulevard waar de hele zomer lang zonsondergangers vertoeven.

De zon was nog niet onder en nog heel erg fel. We liepen naar het Duinpieperpad. Dit bleek een losloopgebied te zijn. Daar beklommen we een hoog duin. Vanaf hier zagen we de zonsondergang. Bailey is dol op zand en dol op bergen. Zandheuvels zijn voor hem het paradijs. Toen we terugliepen hing zijn tong uit zijn bek.

Thuis bleken we gelukkig nog ijs in de vriezer te hebben.

De genade van Kerkrade

Dit jaar beleefden wij onze zomervakantie uit praktische overwegingen in eigen land. Om toch een beetje een buitenlandgevoel te krijgen verkozen wij Zuid-Limburg, ook wel het land zonder grenzen genoemd. En je zou je kunnen voorstellen dat je hier de uitlopers van de Eiffel en de Ardennen betreedt.

Wij betrokken voor twee weken een appartement in een aanbouw van een ±400 jaar oud vakwerkhuis aan de rand van Kerkrade op de Kaffeberg. Het huis heeft Spaanse, Oostenrijkse en Franse overheersingen doorstaan alsmede aardbevingen en dommigheden. Zo heeft een eerdere eigenaar de pennen uit de gaten van het houten vakwerk uit één gevel getrokken. Die gevel is toen gaan hellen. In deze staat hebben de huidige eigenaren het overgenomen. In 1992, na de zwaarste Nederlandse aardbeving ooit, ging de gevel nog verder hellen en hebben ze de gevel hersteld, zonder vakvulling van stro en leem, maar met metselwerk. De tegenoverliggende gevel is nog wel origineel. Nog niet zo lang geleden is er naast het huis een zeer grote schuur gebouwd. Deze is voorzien van vakwerkstijl. De muren zijn wit en voorzien van donkerbruine planken. Zo lijkt ook de schuur van een afstand van dezelfde bouwwijze als het woonhuis.

De voorzieningen in de gebouwen zijn echter moderner dan het gemiddelde huis in Nederland. Het huis wordt verwarmd d.m.v. een warmtepomp, die helaas net stuk was gegaan vlak voor ons verblijf. Dat was geen ramp want het was tenslotte zomer. De ramen zijn voorzien van sensoren waarmee de verwarming laag gaat als deze worden geopend. Het schuurdak ligt vol zonnepanelen.

Als gasten hadden wij de beschikking over een heerlijk grote tuin. In een ander deel van de tuin liepen geiten en een schaap. De buren hadden alpaca’s en daar kwamen tijdens onze vakantie nog varkens bij.

Als je de deur uit liep en het doodlopende straatje overstak, kon je zo het Kaffebergsbos inlopen. Dit bos ligt op een helling. Beneden ligt Cranenweyer, het enige stuwmeer van Nederland. Dit stuwmeer helpt wateroverlast te voorkomen in het lager gelegen Eygelshoven. Dit lukte tijdens de watersnood in onze vakantie niet helemaal, maar heeft dit dorp wel voor een grotere ramp behoed. Na een paar dagen van harde regen, toen Limburg elke dag uitgebreid in het nieuws kwam steeg het water in het meer. Ik liep daar elke dag, met of zonder hond. Een prachtig stukje bos met veel steile paden. Op sommige padden rond het meer stond het water op een dag kniehoog. Op de plek waar het water het stuwmeer uitliep in de Anstelerbeek ontstond een kolkende massa water. Een deel van de bomen viel om.

De volgende dag was ik erg nieuwsgierig en daalde weer af naar het meer en liep er omheen. Maar deels liep ik er nu doorheen. Een groter deel van de paden stond nu onder water. Het meer was nu veel groter. Het was hier en daar zo diep dat het water tot mijn heupen kwam. Toen ik er bijna omheen was zag ik een mountainbiker aarzelen om een ondergelopen pad door te waden. Voor fietsen was het hier te diep. Hij was aan het filmen voor zijn vlog. Hij wist niet hoe diep het was. Ik ging hem voor en hij volgde. Omdat hier ook een paar bruggetjes over het pad onzichtbaar waren geworden moest hier wel voorzichtig worden gelopen. Dus op het pad en niet er naast. Gelukkig waren hier geen ontbrekende putdeksels, maar wel gaten in het brugdek. Gelukkig kwamen we ongeschonden weer op het droge en vervolgden onze wegen.

Ik nam ook een kijkje stroomafwaarts. Het beekje was een kolkende rivier geworden en liep dus naar Eygelshoven. Het beekje overstroomde en het water stroomde door een aantal straten. Gelukkig niet zo erg dat er auto’s door de straten dreven. Wel liepen er kelders onder en werd dit gepoogd tegen te gaan met zandzakken. Het water in het meer stond ongeveer 3 meter hoger dan normaal. Als al dat water meteen door was gestroomd zou de overlast in dat dorp een stuk groter zijn geweest. Het weer klaarde op, het water stroomde weg en het waterniveau in Cranenmeyer kwam weer op het oude peil. Overal op de paden lagen omgevallen bomen.

Wij ontvingen huurfietsen en gingen hiermee de omgeving verkennen. We maakten o.a. een fietstocht naar boscafé het Hijgend Hert, net ver van het drielandenpunt. Hoewel we fietsen met 24 versnellingen hadden viel deze toch niet mee voor de dames. Omhoog was te zwaar ondanks de vederlichte versnelling en omlaag was te eng. Onderweg gingen we nog enkele keren de Duitse grens over. Het laatste stukje naar het Hijgend Hert hebben we gelopen, via een smal bospaadje.

We fietsten ook naar de Wilhelminaberg. Een berg van mijnafval met een indoor skibaan en de hoogste trap van Nederland. Ik was hier eerder met de Vertical K Serie, waarbij ik 13 keer deze trap moest beklimmen en afdalen. Deze keer deed ik drie beklimmingen. De anderen bleven beneden. Op de top waren ze iets nieuws aan het bouwen. Ruim voor de top was de trap al afgesloten met een hek. Gelukkig kon ik er langs glippen om toch de top te kunnen bereiken. De eerste twee beklimmingen ging de hond een stukje mee. Hij is gek op klimmen maar trappen, daar houdt hij niet zo van.

Ik fietste ook af en toe alleen. Zo fietste ik de grens over, waar je soms weinig van merkt. Ik fietste naar een eenzame berg in een omringend vlak landschap. De Bergehalde Grupe Adolf. Top 260 meter. De voet van de berg is al 150 meter. Hier zette ik de fiets neer en liep naar de top.

We bezochten ook het Blotevoetenpark bij Brunssum, dat zeer de moeite waard was. Het heeft een parcours van ± 4 kilometer met veel verschillende ondergronden en hindernissen. Zo loop je door en over het water. Door dikke en dunne modder. Over boomstammen in allerlei formaties. Ik zou hier nog wel een aparte blogpost aan kunnen wijden.

De opblaasbare sup die we hadden meegenomen hebben we twee keer gebruikt. Omdat er geen ander geschikt water in de buurt was gingen we suppen in Cranenweyer. In dit meer wordt doorgaans niet gezwommen maar wel gevist. Maar je wordt ook niet tegengehouden als je hier wel gaat zwemmen of suppen. Dat deden wij dus. De tweede keer zat er een Duitse fietser uit te rusten op het bankje waar wij te water gingen. Hij wist te vertellen dat hier zeer grote vissen zwommen, meervallen. En dat we moesten oppassen met ons hondje. Zo’n vis van 180 cm zou zo’n hondje gemakkelijk als prooi kunnen aanzien.

Toen de anderen de plaatselijke dierentuin bezochten, reed ik het de hond naar Maastricht, naar de st. Pietersberg.

Hoewel we ook Valkenburg hadden willen bezoeken was dat deze vakantie geen goed idee. Ons vakantiehuis stond op een berg, waardoor wij geen wateroverlast hadden en onze vakantie gelukkig niet in het water viel in tegenstelling tot die van collega’s, die wegspoelden van hun campings. Dus onze vakantie was ondanks wat beperkingen en met spectaculair natuurgeweld om ons heen toch zeer geslaagd te noemen.

Bergpad

Bij velen was de berg der bergen op het pad gekomen. De snelleren onder hen hadden al weken eerder de voet bereikt dan de meerderheid. De meesten bleven liever beneden, of bleven onderweg hangen.

Na een dag of wat hadden ze, op wat achterblijvers na, in ieder geval het basiskamp bereikt. Ze zwierven daar wat rond. Ik kon het allemaal van boven waarnemen. Een stuk verder bergopwaarts zag ik ze klimmen. Meestal was het niet erg steil. De onervaren klimmers gingen dan weer een stuk omhoog en dan weer een stuk omlaag.

Toen ik hoger ging kijken zag ik een aantal op weg naar de top. Ze zagen er allemaal hetzelfde uit. Het was druk. Dit was de minst moeilijke route aan de zuidflank. Uiteindelijk lukt het mij om ook de top te kunnen waarnemen. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was scharrelden ze op en rond de top. Ze hadden geen enkele haast om weer af te dalen. Enkele neerwaartsgangers stortten zich met grote sprongen in de diepten.

Een andere, eveneens voorzichtig lopende waarnemer sloeg dit schouwspel ook met verbazing gade. Die vroeg ook naar mijn schoenen. Of dat lekker liep. Ze werden lelijk gevonden maar dat deed niet ter zake. Ik legde de voordelen uit en vervolgde mijn weg.

Op diverse plaatsen, waar het water soms bijna kniehoog stond, moest ik waden in plaats van lopen. Even de schoenen uit op het strand en weer aan op het pad met scherpe schelpen. Op diverse plekken in meerdere of mindere mate weer die rondtrekkende figuren die mijn weg enorm vertraagde. “Survival of the fittest” riep iemand mij na die mij net had gewaarschuwd voor de amfibietjes met schutkleur.

Ik bereikte de Oosterplas ter hoogte van het kleine strand. Zonder te vertragen zette ik mijn loopbeweging om in een zwembeweging. Dit wekte verbazing en hilariteit op bij een groepje jongeren die hier vertoefden.

Al zwemmend zag ik twee Schotse kalfjes aan de oever hun dorst lessen. De ouders liepen hogerop en maakte zich zorgen. Ik kwam uit het water en vervolgde mij weg op het droge.

Toen ik thuis binnenstapte had ik er ruim 19km opzitten.

Slakkenslalom

Mijn fietsmaatje is verhuisd. Normaal rijden we zondagochtend een leuk rondje. Ik kon vanmorgen natuurlijk gewoon op de fiets stappen om in mijn eentje een leuk rondje te fietsen, maar ik besloot de fiets thuis te laten en lopend de deur uit te gaan.

Op de Donkerelaan wemelde het van de slakken zonder huisje. De voetstappen moesten dus daar gezet worden waar geen slak was. Hetzelfde, maar dan nog veel erger gebeurde vlakbij de Oosterplas, waar het wemelde van de padjes. Waar anderen in volle vaart over het pas denderden liep ik heel voorzichtig en stapvoets.

Dit waren niet de enige obstakels. Het had ’s nachts blijkbaar flink geregend. Vandaar ook al die slakken. Die regen, opgeteld bij alle regen van de voorgaande dagen zorgde voor veel ondergelopen paden, en dus natte voeten (en sokken en schoenen).

De Koningsweg was afgesloten (met hek en bord) ter hoogte van Strandslag Zeeweg. Alles stond hier blank. En niet alleen in de duinen was het nat. Het laagste deel van het fietsers-/voetgangerstunneltje bij station Bloemendaal stond tot en met de stoep blank. Toen ik later die dag daar nogmaals was, reed daar met grote snelheid een bakfietser van Coolblue nietsvermoedend de tunnel in. Half nat kwam hij uit te tunnel tevoorschijn. Ik hoop dat de lading nog droog was.

In de duinen ontdekte ik weer een groot gebied dat kaalgeslagen was. Ik liep bijna een kudde hooglanders tegen het lijf en moest van het pad afwijken. Toen bleek dat er helemaal geen pad meer was . De beheerders van Nationaal Park Zuid Kennemerland zijn kennelijk nogal naïef en denken blijkbaar dat alle duinen blank horen te zijn. Blank in de zin van kale zandheuvels zonder begroeiing. Geen materieel te groot om dit voor elkaar te krijgen. Allemaal met smoezen als ‘invasieve exoten’, ‘zandhagedissen’, ‘die bomen horen hier niet te staan’ en ‘duinen moeten stuiven’. Ze hebben er echter een harde dobber aan. Waar het voorgaande jaren door grote droogte prima kaal en zanderig bleef, gooit dit natte voorjaar roet in het eten en zorgt dat het binnen de kortste keren weer groen en glooiend is. Daarna hopelijk nog struiken en bomen, mits dat oogluikend wordt toegelaten door de beheerders.

Swimming in the rain

“Meneer, gaat u ook zwemmen?”, wierp een jongen naar me toe die net vergezeld van een klein groepje te water ging vanaf het kleine strandje van de Oosterplas.

Een half uurtje eerder vertrok ik op de fiets vanaf mijn werk. Het was droog en ik wilde nog een rondje lopen en een duik nemen in de duinen. De lucht kleurde langzaam zwart en het begon te spetteren. Even later regende het en bereikte ik de duiningang. Hordes mensen kwamen er gehaast uit in een poging zo droog mogelijk te blijven. Het begon ook te onweren en nog harder te regenen. Ik kleedde me om, trok ook een regenjasje aan en zette het op een lopen.

Het werd weer even droog en ik liep een klein rondje. Toen ik bijna de Oosterplas bereikte was het zo donker geworden dat een passerende loper vroeg of ik mijn zaklantaarn bij me had. Het leek wel nacht.

Eenmaal bij het water begon het serieus te hozen. Ik was maar net op tijd in het water. Dit was waaghalzerij met die onweer. Gelukkig leek die nog niet heel erg in de buurt. Ik bleef een beetje bij de kant en was er na 5 minuten weer uit. De jongeren hielden het langer uit.

Ik liep weer naar mijn fiets en het bleek nog harder te kunnen plenzen. In de duinen is niets vlak en overal stroomde water. Ik fietste de duinen uit, naar huis.

Een beetje regen kan best leuk zijn, en is niet alleen goed voor de plantjes.