Net geen halve triatlon

De jongste dochter had een slaapfeestje, oftewel een wakkerfeestje. Toen het tegen de ochtend liep wilden ze gaan slapen en kreeg er één heimwee. Die werd opgehaald en omdat ik toch al wakker was ging ik er uit en fietste naar de Oosterplas om een frisse duik te nemen, een volledig rondje zo dicht mogelijk langs de oevers. Ik was dit keer de enige zwemmer. In het weekend komen ze blijkbaar wat later zwemmen hier. Ik fietste huiswaarts, liet de hond uit en ontbeet.

Vervolgens stond de schoonvader van de middelste dochter voor de deur om mij op te pikken voor de KAV Holland Duintrail. Deze loop is er al vele jaren maar was mij (die dacht alle plaatselijke loopjes al gelopen te hebben) onbekend. De start van deze informele loop was bij ingang Midden Herenduinen en kende drie afstanden: 7K, 13K en 20K. Ik stond klaar voor de start van de 20K om 9 uur, de vermelde starttijd. Er was geen tijdsregistratie geen startschot of ander startsignaal. Even na 9 uur besloot iemand te gaan lopen en de rest besloot te volgen. Dat had ik nog niet eerder meegemaakt. De koploper was al snel uit het zicht verdwenen. Ik bleef een tijdje achterin een groepje lopen. Dit groepje splitste in tweeën waarvan ik bleef hangen in de achterste helft. Toen mijn groepje (op mij na) een lintje miste en ± 50 meter moest omlopen liep ik ineens voor het groepje uit. Ik besloot dat ik dit graag zo wilde houden. Nu liep ik solo en het groepje achter mij raakte steeds verder achter. Bij de strandopgang deed ik mijn schoenen uit. Ik had inmiddels wat last van zand en wrijving. Ik besloot aan de duinkant te blijven lopen om een stukje af te snijden nadat ik twijfelde om nog even af te koelen in de zee vanwege de warmte. Door zo’n afkoeling kan je daarna je voordeel doen. Aan de duinkant was het zand zeer mul, dus langs de waterlijn zou sneller geweest zijn. Eenmaal terug in de duinen trok ik mijn schoenen weer aan. Dat was een beetje een worsteling zoals je dat af en toe hebt met die teenschoenen. Het groepje, nog wat verder uitgedund, kwam snel dichterbij. Desondanks had ik mijn schoenen op tijd aan om het groepje voor te blijven. En zo bleef ik ze de rest van de loop voor. Ik eindigde binnen twee uur. Niet gek voor zijn afstand in dit terrein. Er was appeltaart die extra goed smaak na zo’n inspanning.

Wij nemen een centrale positie in

Daarna naar huis om mij voor te bereiden op het Woonprotest. Ik ging met mijn oudste dochter en haar vriendin. Alleen ging ik met de fiets en zij met de trein. Ik fietste naar het Westerpark in Amsterdam. Omdat ik mijn fiets niet het manifestatieterrein mocht opnemen en ik geen slot mee had verstopte ik mijn fiets in wat struiken naast de Gashouder. Daarna voegde ik mij bij de toestromende betogers en even later ook bij mijn dochter. Het had bij aanvang een beetje de sfeer van een festival. We zaten in een nazomers zonnetje in het gras. Er stond een podium en er kwam reggaemuziek uit een muur van boxen. Een DJ mixte allemaal nummers aan elkaar die iets met het thema wonen te maken hadden. Er waren veel protestborden en er waren sprekers. Er was een rapper, een dichter en een punkband (Hang Youth). Al snel waren er twee uur om en ik moest gaan. Dit was vlak voor de menigte vertrok naar de Dam.

Hier sta ik ongetwijfeld op

Ik fietste naar Nieuw-Vennep. Hier deed ik precies 2 uur over. Alleen al 1 uur om Amsterdam uit te komen via o.a. het Rembrandtpark en het Amsterdamse Bos. Als je fietsknooppunten volgt en een lijstje met knooppuntnummers je enige navigatiemiddel is, is het niet handig als er omleidingen zijn. Ondanks dat bleef ik (met wat zoekwerk) redelijk op de uitgestippelde route. De wind was niet heel gunstig. Boven de dijk langs de ringvaart vlogen de vliegtuigen heel laag. Dit is een gebied met binnendijks Schiphol en buitendijks een langgerekt gebied voor waterrecreatie. Leuk als je van vliegtuigen en boten houdt.

Ik verliet de dijk in Burgerveen en fietste de 13 rijstroken van de A4 over, via een brug gelukkig. Eenmaal in Nieuw-Vennep kon ik op de verjaardag van mijn zwager in de tuin en in de zon vertoeven met een biertje waar ik vreselijk aan toe was. Daarna nog een biertje en lekker eten. Na de laatste hap was het alweer tijd om te gaan om de ondergaande zon voor te zijn. Toen ik mijn huis bereikte was deze reeds onder.

Ik had verdeeld over de dag ruim 90 kilometer gefietst. Ik was slechts iets meer dan 1 kilometer zwemmen, 1 kilometer lopen en nog 10 kilometer fietsen verwijderd van een halve triatlon. De schade was 1 blaar, 2 dagen spierpijn en nog zeker 3 dagen inwendig nagenieten.

Formule 0

We gingen meedoen aan een actie van Extinction Rebellion tegen de Formule 1 in Zandvoort. De avond ervoor maakten we protestborden en dierenonderdelen (schotse hooglanderhoorns, vossenoren en kikkerogen).

Op de dag van de Formule 1 fietsten we naar Station Haarlem. Dit was een verzamelpunt voor actievoerders uit Haarlem en actievoerders die vanuit richting Amsterdam met de trein naar Haarlem kwamen. De treinreizigers lieten op zich wachten. Ondertussen trokken er grote groepen F1-reizigers aan ons voorbij met afkeurende blikken en statements. We besloten alvast naar het echte startpunt van de fietsactie te gaan, Bentveld.

In Bentveld aangekomen stonden daar nog veel meer actievoerders klaar en we wachtten daar op de rest uit Amsterdam. Die kwamen uiteindelijk opdagen. De briefing werd een beetje verstoord door een malloot van Powned die ons de gehele actie bleef lastig vallen. We beklommen de fietsen en reden rustig naar Zandvoort. We werden af en toe links en rechts ingehaald door F1-fans, zichtbaar verontwaardigd waren dat wij hun feestje wilden verstoren.

Op een paar plekken in Zandvoort hielden wij halt om duidelijk te maken waarvoor wij waren gekomen. We eindigden onze actie op het strand. Het was een zeer warme dag en sommigen gingen met XR-spandoeken en al het water in. Na de debriefing fietsen wij huiswaarts via het Visserspad.

De langste lijn van A naar B

Het antwoord daarop weet ik niet. Ik vermoed een lijn tussen A en B met een niet oneindige loop ertussen. De langste lijn is misschien oneindig, maar een lijn tussen twee punten heeft een begin en een einde. Niet oneindig dus.

Mijn langste weg van A naar B was 42 kilometer en 192 meter. Maar niet qua afstand, want ik heb wel eens verder gelopen. Ook niet qua tijd, want ik heb wel eens langer gelopen.

Ik stond bij de start en keek over mijn schouder. Daar kon je, omdat het helder weer was, de contouren van het dorp waar de finish was zien. Ik moest over mijn schouder kijken omdat we eerst een stukje in tegengestelde richting van de finish moesten lopen om vervolgens te draaien en in een min of meer rechte lijn naar het eindpunt te lopen. Hoe dat voelde lees je in mijn wedstrijdverslagen van Scheveningen-Zandvoort van 2013 en van 2016.

Je kunt beter een marathon lopen over kronkelpaadjes. Elke bocht is dichtbij en brengt je weer een stukje dichter bij de finish. 42km over een rechte lijn rennen met het einde in zicht is een soort van marteling. Het einde komt niet dichterbij. Het enige wat helpt is het focussen op doelen dichterbij. Het groepje vogels dat wegvliegt als je dichterbij komt. Het stroompje water aan het eibde van de zandbank. Mensen in de verte. De volgende strandpaal. De volgende badplaats (die ook niet dichterbij komen).

De langste weg van A naar B is een rechte lijn. De langste weg van A naar B is als A het linker- en B het rechteroor is. De langste weg zit tussen de oren.

Zonsondergangers

We reden de parkeerplaats van de Bokkendoorns op met onze zwarte Prius terwijl een witte Prius net wegreed, met daar omheen rennend een hond. De auto parkeerde weer, naast onze auto. Het baasje leek de hond niet te pakken te krijgen. Blijkbaar deed hij een poging die bij kleine kinderen nog wel eens wil werken. Willen ze niet verder of mee, doe dan gewoon of je weggaat en in 9 van de 10 gevallen komt het kind alsnog (brullend) aangelopen. Onze hulp werd ingeschakeld om de nog jonge hond te vangen. Het was een jonge hond die heel behendig alle pogingen van ons ontweek. Ook de aantrekkingskracht van ons hondje hielp niet. Het baasje gooide dennenappels in onze richting waar de hond op af kwam. Uiteindelijk kreeg mijn dochter de hond, die een speciaal tuigje om had met een soort handgreep, te pakken.

Waar we voor gekomen waren kon nu beginnen. We liepen naar ‘Bloemendaal aan Zee’, een officieuze woonplaats getuigende het witte (in plaats van blauwe) plaatsnaambord. Behalve de voortrazende auto’s op de Zeeweg was de omgeving prachtig. Groene glooiende bolle bergen (duinen) en bloeiende bermen met witte en gele bloemen. Net als in echte gebergten heb je bij de kust een boomgrens. De bomen worden lager en lager tot er nog een laatste struikje staat. Uiteindelijk rest alleen nog helmgras en ten slotte niets anders dan zand waar wind en water vrij spel hebben.

Op de boulevard stond er bij de strandopgang een wit rond bord met een rode rand en een zwarte hond. Hier mochten er geen honden op het strand. Ook onze hond niet, al is die wit. De lucht was prachtig en kraakhelder. We hadden een haarscherp uitzicht op de boortorens, windmolens en schepen aan de horizon. De wolkenpartijen waren prachtig. Toen we dat allemaal aanschouwd hadden kregen we trek in ijs, maar daar waar je ijs kon halen was al gesloten. Een gemiste kans voor die verkooppunten op de boulevard waar de hele zomer lang zonsondergangers vertoeven.

De zon was nog niet onder en nog heel erg fel. We liepen naar het Duinpieperpad. Dit bleek een losloopgebied te zijn. Daar beklommen we een hoog duin. Vanaf hier zagen we de zonsondergang. Bailey is dol op zand en dol op bergen. Zandheuvels zijn voor hem het paradijs. Toen we terugliepen hing zijn tong uit zijn bek.

Thuis bleken we gelukkig nog ijs in de vriezer te hebben.

De genade van Kerkrade

Dit jaar beleefden wij onze zomervakantie uit praktische overwegingen in eigen land. Om toch een beetje een buitenlandgevoel te krijgen verkozen wij Zuid-Limburg, ook wel het land zonder grenzen genoemd. En je zou je kunnen voorstellen dat je hier de uitlopers van de Eiffel en de Ardennen betreedt.

Wij betrokken voor twee weken een appartement in een aanbouw van een ±400 jaar oud vakwerkhuis aan de rand van Kerkrade op de Kaffeberg. Het huis heeft Spaanse, Oostenrijkse en Franse overheersingen doorstaan alsmede aardbevingen en dommigheden. Zo heeft een eerdere eigenaar de pennen uit de gaten van het houten vakwerk uit één gevel getrokken. Die gevel is toen gaan hellen. In deze staat hebben de huidige eigenaren het overgenomen. In 1992, na de zwaarste Nederlandse aardbeving ooit, ging de gevel nog verder hellen en hebben ze de gevel hersteld, zonder vakvulling van stro en leem, maar met metselwerk. De tegenoverliggende gevel is nog wel origineel. Nog niet zo lang geleden is er naast het huis een zeer grote schuur gebouwd. Deze is voorzien van vakwerkstijl. De muren zijn wit en voorzien van donkerbruine planken. Zo lijkt ook de schuur van een afstand van dezelfde bouwwijze als het woonhuis.

De voorzieningen in de gebouwen zijn echter moderner dan het gemiddelde huis in Nederland. Het huis wordt verwarmd d.m.v. een warmtepomp, die helaas net stuk was gegaan vlak voor ons verblijf. Dat was geen ramp want het was tenslotte zomer. De ramen zijn voorzien van sensoren waarmee de verwarming laag gaat als deze worden geopend. Het schuurdak ligt vol zonnepanelen.

Als gasten hadden wij de beschikking over een heerlijk grote tuin. In een ander deel van de tuin liepen geiten en een schaap. De buren hadden alpaca’s en daar kwamen tijdens onze vakantie nog varkens bij.

Als je de deur uit liep en het doodlopende straatje overstak, kon je zo het Kaffebergsbos inlopen. Dit bos ligt op een helling. Beneden ligt Cranenweyer, het enige stuwmeer van Nederland. Dit stuwmeer helpt wateroverlast te voorkomen in het lager gelegen Eygelshoven. Dit lukte tijdens de watersnood in onze vakantie niet helemaal, maar heeft dit dorp wel voor een grotere ramp behoed. Na een paar dagen van harde regen, toen Limburg elke dag uitgebreid in het nieuws kwam steeg het water in het meer. Ik liep daar elke dag, met of zonder hond. Een prachtig stukje bos met veel steile paden. Op sommige padden rond het meer stond het water op een dag kniehoog. Op de plek waar het water het stuwmeer uitliep in de Anstelerbeek ontstond een kolkende massa water. Een deel van de bomen viel om.

De volgende dag was ik erg nieuwsgierig en daalde weer af naar het meer en liep er omheen. Maar deels liep ik er nu doorheen. Een groter deel van de paden stond nu onder water. Het meer was nu veel groter. Het was hier en daar zo diep dat het water tot mijn heupen kwam. Toen ik er bijna omheen was zag ik een mountainbiker aarzelen om een ondergelopen pad door te waden. Voor fietsen was het hier te diep. Hij was aan het filmen voor zijn vlog. Hij wist niet hoe diep het was. Ik ging hem voor en hij volgde. Omdat hier ook een paar bruggetjes over het pad onzichtbaar waren geworden moest hier wel voorzichtig worden gelopen. Dus op het pad en niet er naast. Gelukkig waren hier geen ontbrekende putdeksels, maar wel gaten in het brugdek. Gelukkig kwamen we ongeschonden weer op het droge en vervolgden onze wegen.

Ik nam ook een kijkje stroomafwaarts. Het beekje was een kolkende rivier geworden en liep dus naar Eygelshoven. Het beekje overstroomde en het water stroomde door een aantal straten. Gelukkig niet zo erg dat er auto’s door de straten dreven. Wel liepen er kelders onder en werd dit gepoogd tegen te gaan met zandzakken. Het water in het meer stond ongeveer 3 meter hoger dan normaal. Als al dat water meteen door was gestroomd zou de overlast in dat dorp een stuk groter zijn geweest. Het weer klaarde op, het water stroomde weg en het waterniveau in Cranenmeyer kwam weer op het oude peil. Overal op de paden lagen omgevallen bomen.

Wij ontvingen huurfietsen en gingen hiermee de omgeving verkennen. We maakten o.a. een fietstocht naar boscafé het Hijgend Hert, net ver van het drielandenpunt. Hoewel we fietsen met 24 versnellingen hadden viel deze toch niet mee voor de dames. Omhoog was te zwaar ondanks de vederlichte versnelling en omlaag was te eng. Onderweg gingen we nog enkele keren de Duitse grens over. Het laatste stukje naar het Hijgend Hert hebben we gelopen, via een smal bospaadje.

We fietsten ook naar de Wilhelminaberg. Een berg van mijnafval met een indoor skibaan en de hoogste trap van Nederland. Ik was hier eerder met de Vertical K Serie, waarbij ik 13 keer deze trap moest beklimmen en afdalen. Deze keer deed ik drie beklimmingen. De anderen bleven beneden. Op de top waren ze iets nieuws aan het bouwen. Ruim voor de top was de trap al afgesloten met een hek. Gelukkig kon ik er langs glippen om toch de top te kunnen bereiken. De eerste twee beklimmingen ging de hond een stukje mee. Hij is gek op klimmen maar trappen, daar houdt hij niet zo van.

Ik fietste ook af en toe alleen. Zo fietste ik de grens over, waar je soms weinig van merkt. Ik fietste naar een eenzame berg in een omringend vlak landschap. De Bergehalde Grupe Adolf. Top 260 meter. De voet van de berg is al 150 meter. Hier zette ik de fiets neer en liep naar de top.

We bezochten ook het Blotevoetenpark bij Brunssum, dat zeer de moeite waard was. Het heeft een parcours van ± 4 kilometer met veel verschillende ondergronden en hindernissen. Zo loop je door en over het water. Door dikke en dunne modder. Over boomstammen in allerlei formaties. Ik zou hier nog wel een aparte blogpost aan kunnen wijden.

De opblaasbare sup die we hadden meegenomen hebben we twee keer gebruikt. Omdat er geen ander geschikt water in de buurt was gingen we suppen in Cranenweyer. In dit meer wordt doorgaans niet gezwommen maar wel gevist. Maar je wordt ook niet tegengehouden als je hier wel gaat zwemmen of suppen. Dat deden wij dus. De tweede keer zat er een Duitse fietser uit te rusten op het bankje waar wij te water gingen. Hij wist te vertellen dat hier zeer grote vissen zwommen, meervallen. En dat we moesten oppassen met ons hondje. Zo’n vis van 180 cm zou zo’n hondje gemakkelijk als prooi kunnen aanzien.

Toen de anderen de plaatselijke dierentuin bezochten, reed ik het de hond naar Maastricht, naar de st. Pietersberg.

Hoewel we ook Valkenburg hadden willen bezoeken was dat deze vakantie geen goed idee. Ons vakantiehuis stond op een berg, waardoor wij geen wateroverlast hadden en onze vakantie gelukkig niet in het water viel in tegenstelling tot die van collega’s, die wegspoelden van hun campings. Dus onze vakantie was ondanks wat beperkingen en met spectaculair natuurgeweld om ons heen toch zeer geslaagd te noemen.

Bergpad

Bij velen was de berg der bergen op het pad gekomen. De snelleren onder hen hadden al weken eerder de voet bereikt dan de meerderheid. De meesten bleven liever beneden, of bleven onderweg hangen.

Na een dag of wat hadden ze, op wat achterblijvers na, in ieder geval het basiskamp bereikt. Ze zwierven daar wat rond. Ik kon het allemaal van boven waarnemen. Een stuk verder bergopwaarts zag ik ze klimmen. Meestal was het niet erg steil. De onervaren klimmers gingen dan weer een stuk omhoog en dan weer een stuk omlaag.

Toen ik hoger ging kijken zag ik een aantal op weg naar de top. Ze zagen er allemaal hetzelfde uit. Het was druk. Dit was de minst moeilijke route aan de zuidflank. Uiteindelijk lukt het mij om ook de top te kunnen waarnemen. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was scharrelden ze op en rond de top. Ze hadden geen enkele haast om weer af te dalen. Enkele neerwaartsgangers stortten zich met grote sprongen in de diepten.

Een andere, eveneens voorzichtig lopende waarnemer sloeg dit schouwspel ook met verbazing gade. Die vroeg ook naar mijn schoenen. Of dat lekker liep. Ze werden lelijk gevonden maar dat deed niet ter zake. Ik legde de voordelen uit en vervolgde mijn weg.

Op diverse plaatsen, waar het water soms bijna kniehoog stond, moest ik waden in plaats van lopen. Even de schoenen uit op het strand en weer aan op het pad met scherpe schelpen. Op diverse plekken in meerdere of mindere mate weer die rondtrekkende figuren die mijn weg enorm vertraagde. “Survival of the fittest” riep iemand mij na die mij net had gewaarschuwd voor de amfibietjes met schutkleur.

Ik bereikte de Oosterplas ter hoogte van het kleine strand. Zonder te vertragen zette ik mijn loopbeweging om in een zwembeweging. Dit wekte verbazing en hilariteit op bij een groepje jongeren die hier vertoefden.

Al zwemmend zag ik twee Schotse kalfjes aan de oever hun dorst lessen. De ouders liepen hogerop en maakte zich zorgen. Ik kwam uit het water en vervolgde mij weg op het droge.

Toen ik thuis binnenstapte had ik er ruim 19km opzitten.

Slakkenslalom

Mijn fietsmaatje is verhuisd. Normaal rijden we zondagochtend een leuk rondje. Ik kon vanmorgen natuurlijk gewoon op de fiets stappen om in mijn eentje een leuk rondje te fietsen, maar ik besloot de fiets thuis te laten en lopend de deur uit te gaan.

Op de Donkerelaan wemelde het van de slakken zonder huisje. De voetstappen moesten dus daar gezet worden waar geen slak was. Hetzelfde, maar dan nog veel erger gebeurde vlakbij de Oosterplas, waar het wemelde van de padjes. Waar anderen in volle vaart over het pas denderden liep ik heel voorzichtig en stapvoets.

Dit waren niet de enige obstakels. Het had ’s nachts blijkbaar flink geregend. Vandaar ook al die slakken. Die regen, opgeteld bij alle regen van de voorgaande dagen zorgde voor veel ondergelopen paden, en dus natte voeten (en sokken en schoenen).

De Koningsweg was afgesloten (met hek en bord) ter hoogte van Strandslag Zeeweg. Alles stond hier blank. En niet alleen in de duinen was het nat. Het laagste deel van het fietsers-/voetgangerstunneltje bij station Bloemendaal stond tot en met de stoep blank. Toen ik later die dag daar nogmaals was, reed daar met grote snelheid een bakfietser van Coolblue nietsvermoedend de tunnel in. Half nat kwam hij uit te tunnel tevoorschijn. Ik hoop dat de lading nog droog was.

In de duinen ontdekte ik weer een groot gebied dat kaalgeslagen was. Ik liep bijna een kudde hooglanders tegen het lijf en moest van het pad afwijken. Toen bleek dat er helemaal geen pad meer was . De beheerders van Nationaal Park Zuid Kennemerland zijn kennelijk nogal naïef en denken blijkbaar dat alle duinen blank horen te zijn. Blank in de zin van kale zandheuvels zonder begroeiing. Geen materieel te groot om dit voor elkaar te krijgen. Allemaal met smoezen als ‘invasieve exoten’, ‘zandhagedissen’, ‘die bomen horen hier niet te staan’ en ‘duinen moeten stuiven’. Ze hebben er echter een harde dobber aan. Waar het voorgaande jaren door grote droogte prima kaal en zanderig bleef, gooit dit natte voorjaar roet in het eten en zorgt dat het binnen de kortste keren weer groen en glooiend is. Daarna hopelijk nog struiken en bomen, mits dat oogluikend wordt toegelaten door de beheerders.

Swimming in the rain

“Meneer, gaat u ook zwemmen?”, wierp een jongen naar me toe die net vergezeld van een klein groepje te water ging vanaf het kleine strandje van de Oosterplas.

Een half uurtje eerder vertrok ik op de fiets vanaf mijn werk. Het was droog en ik wilde nog een rondje lopen en een duik nemen in de duinen. De lucht kleurde langzaam zwart en het begon te spetteren. Even later regende het en bereikte ik de duiningang. Hordes mensen kwamen er gehaast uit in een poging zo droog mogelijk te blijven. Het begon ook te onweren en nog harder te regenen. Ik kleedde me om, trok ook een regenjasje aan en zette het op een lopen.

Het werd weer even droog en ik liep een klein rondje. Toen ik bijna de Oosterplas bereikte was het zo donker geworden dat een passerende loper vroeg of ik mijn zaklantaarn bij me had. Het leek wel nacht.

Eenmaal bij het water begon het serieus te hozen. Ik was maar net op tijd in het water. Dit was waaghalzerij met die onweer. Gelukkig leek die nog niet heel erg in de buurt. Ik bleef een beetje bij de kant en was er na 5 minuten weer uit. De jongeren hielden het langer uit.

Ik liep weer naar mijn fiets en het bleek nog harder te kunnen plenzen. In de duinen is niets vlak en overal stroomde water. Ik fietste de duinen uit, naar huis.

Een beetje regen kan best leuk zijn, en is niet alleen goed voor de plantjes.

Late zonsondergang

Op een warme dag als deze wilden we nog even de zonsondergang bij Parnassia zien. De anderen zouden de auto pakken en ik liep door de duinen. Ik waadde ook (blootsvoets) over het Laarzenpad.

We liepen bij strandtent Parnassia naar beneden. De zon was bijna onder. We waren bijna te laat. Op wat wolkjes aan de horizon was de lucht wolkeloos. De zon verdween grotendeels in deze wolkjes. De zon bevond zich niet recht voor ons maar een stukje meer naar rechts. Ik liep er schuin heen en bedacht dat dit geen enkele zin had. Misschien sta je een verwaarloosbare miljoenste millimeter dichterbij. In plaats van schuin naar de branding te lopen liep ik er recht op af. Alle mensen die er niet over hadden nagedacht stonden dus een stukje rechts naar de zonsondergang te kijken. Ook José. Ondertussen waren Elisa en ik het water ingegaan. Het water was een heel stuk kouder dan het water van de Oosterplas. Onaangenaam koud. Toen we ook nog heel veel kwalletjes zagen besloten we om snel twee zwemslagen te maken en weer strandwaarts te keren. Daar begon Bailey een kuil te graven en hielp ik hem. Toen de kuil zo diep was dat er water in kwam vond hij het eng en wilde niet meer verder graven. Dat kwam goed uit, want we moesten weer naar huis want het begon al laat te worden.

Dat krijg je van zo’n late zonsondergang, een paar dagen voor midzomernacht.

Vroege en late nachtzwemmers

Vroeg wakker. Even na 4 uur. Ik zette de radio aan. Radio 1. Luisteraars mochten in de uitzending hun mening geven over een vleestax waarover wordt gesproken. Tegen 5 uur was ik nog steeds niet weer in slaap gevallen en stond op. Koffie en op de fiets richting de Oosterplas voor een microtriatlon. Het was al een tijdje licht maar als je vindt dat de nacht tot 6 uur ’s morgens duurt was het nog nacht. Eigenlijk is het in de duinen nacht tussen zonsondergang en zonsopgang, maar dat is niet zoals ik het geleerd heb. In de betreffende uitzending van Radio 1 zeggen de bellers ook altijd goedemorgen om 4 uur ’s nachts. Daar krijg ik altijd kortsluiting in mijn hersenen van plus de neiging om ook naar de uitzending te bellen om te zeggen dat ze daar eens mee op moeten houden. Maar wanneer de nacht ophoudt en de ochtend begint is geen vast gegeven. Toen ik aankwam bij het meerstrand was het er verlaten en stil. Een mist hing over het water. De overkant was nauwelijks te onderscheiden.

Deze zelfde nacht, een aantal uur eerder, hadden jongeren kennelijk bezit genomen van dit paradijselijke duinmeertje. Hoewel het verlaten was, waren er wel sporen van nachtelijke zwempret en feestvreugde in de late uurtjes (of in de vroege nacht). Een hoop lege drankflessen stond reeds bij de prullenbakken. Lege rumflessen, bierkratten. Her en der lagen echter nog flesjes in het zand, alsmede zanderige badkleding en veel handdoeken, als vodden achtergelaten. Tot zelf slippers en een tas aan toe. Dus, heb je nog iets nodig op dat gebied, dan weet je waar je moet zijn. Aan statiegeld lag er zeker voor 15 euro.

Toen ik uitgezwommen was en mijn schoenen weer aan deed kwamen de volgende vroege (of laat nachtelijke) badgasten aanfietsen.