Late zonsondergang

Op een warme dag als deze wilden we nog even de zonsondergang bij Parnassia zien. De anderen zouden de auto pakken en ik liep door de duinen. Ik waadde ook (blootsvoets) over het Laarzenpad.

We liepen bij strandtent Parnassia naar beneden. De zon was bijna onder. We waren bijna te laat. Op wat wolkjes aan de horizon was de lucht wolkeloos. De zon verdween grotendeels in deze wolkjes. De zon bevond zich niet recht voor ons maar een stukje meer naar rechts. Ik liep er schuin heen en bedacht dat dit geen enkele zin had. Misschien sta je een verwaarloosbare miljoenste millimeter dichterbij. In plaats van schuin naar de branding te lopen liep ik er recht op af. Alle mensen die er niet over hadden nagedacht stonden dus een stukje rechts naar de zonsondergang te kijken. Ook José. Ondertussen waren Elisa en ik het water ingegaan. Het water was een heel stuk kouder dan het water van de Oosterplas. Onaangenaam koud. Toen we ook nog heel veel kwalletjes zagen besloten we om snel twee zwemslagen te maken en weer strandwaarts te keren. Daar begon Bailey een kuil te graven en hielp ik hem. Toen de kuil zo diep was dat er water in kwam vond hij het eng en wilde niet meer verder graven. Dat kwam goed uit, want we moesten weer naar huis want het begon al laat te worden.

Dat krijg je van zo’n late zonsondergang, een paar dagen voor midzomernacht.

Vroege en late nachtzwemmers

Vroeg wakker. Even na 4 uur. Ik zette de radio aan. Radio 1. Luisteraars mochten in de uitzending hun mening geven over een vleestax waarover wordt gesproken. Tegen 5 uur was ik nog steeds niet weer in slaap gevallen en stond op. Koffie en op de fiets richting de Oosterplas voor een microtriatlon. Het was al een tijdje licht maar als je vindt dat de nacht tot 6 uur ’s morgens duurt was het nog nacht. Eigenlijk is het in de duinen nacht tussen zonsondergang en zonsopgang, maar dat is niet zoals ik het geleerd heb. In de betreffende uitzending van Radio 1 zeggen de bellers ook altijd goedemorgen om 4 uur ’s nachts. Daar krijg ik altijd kortsluiting in mijn hersenen van plus de neiging om ook naar de uitzending te bellen om te zeggen dat ze daar eens mee op moeten houden. Maar wanneer de nacht ophoudt en de ochtend begint is geen vast gegeven. Toen ik aankwam bij het meerstrand was het er verlaten en stil. Een mist hing over het water. De overkant was nauwelijks te onderscheiden.

Deze zelfde nacht, een aantal uur eerder, hadden jongeren kennelijk bezit genomen van dit paradijselijke duinmeertje. Hoewel het verlaten was, waren er wel sporen van nachtelijke zwempret en feestvreugde in de late uurtjes (of in de vroege nacht). Een hoop lege drankflessen stond reeds bij de prullenbakken. Lege rumflessen, bierkratten. Her en der lagen echter nog flesjes in het zand, alsmede zanderige badkleding en veel handdoeken, als vodden achtergelaten. Tot zelf slippers en een tas aan toe. Dus, heb je nog iets nodig op dat gebied, dan weet je waar je moet zijn. Aan statiegeld lag er zeker voor 15 euro.

Toen ik uitgezwommen was en mijn schoenen weer aan deed kwamen de volgende vroege (of laat nachtelijke) badgasten aanfietsen.

Liever de duivel die je kent

Buiten lopen op blote voeten is fijn. Bijvoorbeeld na een warme dag ’s avonds de hond uitlaten over de opgewarmde stoeptegels. Maar het kan ook minder fijn zijn. Als je bijvoorbeeld ineens met je hiel op een kiezelsteen stapt. Dat is minder erg dan glas, maar stappen in glas komt zo goed als nooit voor. Toch gaan daarover de meest gehoorde opmerkingen als je blootsvoets loopt in de openbare ruimte. En niet: ‘ben je niet bang voor kiezelstenen?’ Je heb ook stoeptegels met een soort antislipprofiel. Dat komt ook voor op asfalt. Als je daarop loopt voelt het aan alsof je elke stap in je voetzool wordt gebeten. Asfalt met hele kleine steentjes erop. Allemaal tegen uitglijders. Maar ongeschoeid glijd je niet zo snel uit en heb je daar alleen maar last van. Soms zoveel dat ik uitwijk naar de berm. In de berm ligt vaak gras. Barrevoets in het gras. Veel beter kan het niet worden. Het gras zal het niet echt fijn vinden maar het deert het ook niet. Als er maar genoeg overheen gelopen wordt wijkt het vanzelf en ontstaan er paden. Dat soort paden is ook een lust voor de naakte voetzool. Maar gras is verraderlijk. Er kan bijvoorbeeld hondenpoep tussen de sprietjes liggen. Dat is overigens geen probleem want hondenpoep gaat makkelijker van een voetzool dan van een geprofileerde schoenzool. Er kunnen zich ook scherpe voorwerpen bevinden in het gras. Onzichtbare scherpe voorwerpen. Weet ik uit ervaring. Dus: loop liever op een licht bijtende straat dan in mogelijk hard bijtend gras.

Better The Devil You Know

Omlopen

Ik had mijn moeder thuisgebracht en het was mooi weer. Te mooi om in een zo recht mogelijke lijn naar huis te lopen. Het was n.l. eindelijk voorjaar.

Ik liep een stukje door Duinvliet (park tussen Aerdenhout en Elswout). Daarna ontdekte ik in Aerdenhout een paardenpad. Dit liep naar het Van Haemstedebos. Daarna beklom ik het Kopje van Aerdenhout, liep door het Mr. Enschedépark en even later over de Westerduinweg, langs de duinen. Nu ik het op de kaart terugzie, merkte ik nog een klein paadje op dat ik had kunnen nemen. Dat bewaar ik voor de volgende keer. Vervolgens rechtsaf het fietspad richting Zandvoort op en bij de natuurbrug Zandpoort het Blinkertpad in, althans een smal onverhard paadje dat daar parallel aan loopt. Dit loopt door het Kraansvlak, onderdeel van Nationaal Park Zuid Kennemerland. Ik passeerde de Atlantik Wal. Aan het eind sloeg ik rechtsaf het Visscherspad op. Even later passeerde ik de Duinpoort, ook onderdeel van de 3 natuurbruggen tussen de AWD en NPZK. Daarna kon ik weer een smal onverhard paadje pakken langs het hek van Koningshof. Ik bedacht hoe het zou zijn als dat hek er niet zou staan. Die hekken moeten eigenlijk weg want natuur moet zoveel mogelijk met elkaar verbonden zijn t.b.v. van de ecologische hoofdstructuur. Waarschijnlijk staan die hekken er al sinds jaar en dag om mensen tegen te houden.

Ik bereikte Kraantje Lek. Ik holde de zandberg af en ging linksaf. Langs villa Luinlust en weer linksaf naar het Brouwerskolkpark. Ik liep een onverhard paadje in en een stukje verderop kwam ik weer op het verharde pad. Daar, ter hoogte van het Kopje van Overveen, schok een labradoedel van mij en beet mij in mijn been. Geen schade merkbaar dus ik liep snel door. Even later schok weer een hond van mij. Die rende hard weg. Toen ik stilhield liet ik hem even aan mijn hand snuffelen om hem gerust te stellen. Ik liep daarna via de rotonde op de Zeeweg binnendoor via het gemeentehuis en achterlangs bij de vaccinatie- en testlocatie.

Dat was een rondje van ongeveer 15km. Aaneensluitend liet ik nog even de hond uit.

Parnassia

Na het eten lag een mooie avond in het vooruitzicht. We besloten naar Parnassia te gaan, een van de schaarse plekken waar honden veilig en legaal eindeloos kunnen rondrennen. Ik ging al hardlopend daarheen. De anderen met de auto. Ik liep naar ingang Bleek en Berg en volgde daar de rode route (Oosterplas, Starreberg, Vogelmeer, langs de Hazenberg). Het Laarzenpad was inmiddels Laarzenmeer geworden. Er doorheen waden kon nog wel, maar wellicht zou ik hier bodemdiertjes mee vertrappen, tijd verliezen, kou moeten lijden en er natte schoenen aan overhouden. Dus ik liep er omheen en even later stond ik op het strand. Toen even later de rest arriveerden kon de hondenpret beginnen. Bailey rende als een dolle door het zand, trotseerde de kustlijn en groef gaten. Geen andere honden te zien, maar uiteindelijk bleek er toch één hond te zijn waar hij mee kon spelen. Ik kreeg het inmiddels koud, maar de zonsondergang was weer adembenemend mooi. Toen we de Zeeweg opreden verscheen er een enorme vuurrode bal in de achterruit van de auto.

Voorjaarsloopje

Ik was al een tijd niet in de duinen geweest. Een hele tijd niet. Ik denk niet dat ik, sinds ik begon met hardlopen, zo lang niet in de duinen (Nationaal Park Zuid Kennemerland) was. Na mijn nieuwjaarsduik niet meer vrees ik.

Ruim voor de wekker wakker, reed ik naar ingang Bleek en Berg en liep het groene rondje. Nog even aarzelde ik of ik wel of niet een duik zou nemen in de Oosterplas. Ik zag wel een paar anderen die net het water uit waren of van plan waren er in te gaan. Maar ik sloeg deze keer over.

Het was al lang mooi dat ik daar weer eens liep.

Stemmen tellen

Ergens zag ik een oproep voor het werven van stembureauleden en stemmentellers voor de Tweede Kamerverkiezingen. Ik meldde mij aan als stemmenteller.

Ik werd ingedeeld op de Willem van Oranjeschool. Vooraf kreeg ik nog een online training.

Op de 3e verkiezingsdag meldde ik mij om 20:45 bij de voorzitter op het stembureau. Het laatste kwartier dat het bureau open was kwam er nog één persoon stemmen en dat bleek ook een teller te zijn. Ik had al eerder die dag gestemd in het Patronaat, alwaar mijn oudste dochter stembureaulid was.

Om 21 uur volgden we het protocol voor het tellen. Alle tellers (drie) waren nieuw, maar wisten dankzij de training in grote lijnen wat de bedoeling was. Naast het telprotocol kwam er ook nog een coronaprotocol bij. Dat betekende mondkapjes (en eventueel handschoenen, mij niet gezien), 1,5m afstand, éénrichtingsverkeer. Uiteindelijk bleek de enige gehanteerde maatregel het mondkapje te zijn. Mondkapje in de zin van: niet over de neus, bij sommige mensen.

De stembureauleden telden de stempassen en de tellers vouwden alle stembiljetten open. Dat alleen al was een immense klus. Vervolgens kwam alles in twee grote stapels op twee tafels. De voorzitter en een stembureaulid (beiden rond de 80 jaar) lazen de lijstnummers op en de tellers legden de biljetten op de juiste stapels. Daarna kon het per lijst worden geteld en als voorlopige uitslag worden doorgegeven. Daarna duurde het nog heel lang voordat alles per kandidaat was geteld. Uiteindelijk moest alles nog worden verzegeld en ingepakt.

Om 1:00 uur was ik thuis. En dat voor ‘slechts’ 480 stemmen.

Klimaatalarm 🔔

Oorspronkelijk was het Klimaatmars maar corona (of eigenlijk het regime) gooide roet in het eten en moest het een stilstaand evenement worden op een grid van 1,5 m. Bovendien met mondkapje (buiten, hoezo?). Er waren 500 stippen op het Vlooienveld in de Hout in Haarlem. Het was niet alleen in Haarlem maar ook in 69 andere steden. Er stonden om 15 uur 35.000 mensen te alarmeren met potten, pannen, fluitjes en klompen. Ik had de hond mee. Voorafgaand aan het alarm was er een 10-tal sprekers die preekten voor eigen parochie.

Of het geholpen heeft of nog gaat helpen, geen idee.

Schoorl met losse hond

De laatste dag van februari waren wij naar Schoorl, met de hond. Het was n.l. tevens de laatste dag dat de hond daar los mocht omdat 1 maart het broedseizoen begint en de hond daar aan de lijn moet. Het was mooie weer en druk. Parkeren was lastig. We liepen naar Dopersduin, de herberg waar Selena vorig jaar in groep 8 toch nog kon verblijven ondanks corona.

Daar voorbij was een klimduin met de naam Klimduin, volgens OpenStreetMap. Bovenaan was Catrijper Nok, het hoogste punt van Noord-Holland. We wandelden op hoogte richting het bezoekerscentrum. Vlak daarvoor was een duin met een touw. Daar renden we naar beneden. En even later bij het bezoekerscentrum de trappen op naar het hoogste duin van Nederland. Bij het volgende klimduin met de naam Klimduin daalden we weer af tussen een mensen- en hondenmassa en kwamen in het centrum van Schoorl.

Misschien gaan we er begin september weer heen. Dan is het broedseizoen ten einde.

Hert gesignaleerd, hond aan de lijn

Gisteren besloten we weer eens door Caprera te wandelen, met ons hondje. Altijd lastig omdat je daar aan de kassa moet betalen, tenzij je een jaarkaart hebt. Contant betalen. Eén euro per persoon/hond. Dus thuis op zoek naar muntjes. Maar sinds 2021 kan je er uitsluitend met PIN betalen. Dus ik hoef voortaan geen munten meer te zoeken. Het gevonden geld dat is gisteren nodig dacht te hebben heb ik vandaag uitgegeven aan een Straatjournaal.

Vlak na de kassa stond een bord: Hert gesignaleerd, hond aan de lijn. Wij hadden geen hert gesignaleerd dus mocht de hond los. Caprera is een ware belevenis voor honden. Zeer veel andere honden en een terrein waar ze naar hartenlust kunnen draven en graven.

Na verloop van tijd kwamen we bij het laag gelegen deel met veel water, modder en moeras. Er kwam een bruine hond snel voorbij gerent die een raar geluid maakte. Ons hondje ging er achteraan. De hond bleek een hert te achtervolgen. Wij signaleerden toen dus een hert. Het zag er zielig uit. Het hert rende voor zijn leven en de hond was snel. Ze doorkruisten het terrein en we zagen ze zo we vier keer voorbij komen. Daarna was het hert blijkbaar ontsnapt. Ik hoop ergens overheen gesprongen naar een onbereikbare plaats voor honden. De hond kwam zonder hert ervoor nog zeker vier keer langsgerend. Hij was zijn baasje kwijt en door het bos vele malen te doorkruizen trachtte hij deze weer terug te vinden.

Inmiddels waren wij bij de uitgang aangekomen en zagen wij dat de betreffende hond inmiddels weer herenigd was met zijn baasje. Netjes aan de lijn alsof er niets was gebeurd met geen spoor van vermoeidheid.