Geïnspireerd geraakt door Wouter Monden ging ik een kijkje nemen op de website van de EigerTrail, met het idee dat de E51 wel iets zou kunnen zijn voor een aankomend loopavontuur. Maar de twijfel sloeg toe. Tot ik daar een discovery tour vond: een begeleide parcoursverkenning van 2 dagen met een gegarandeerd startbewijs voor dit jaar of volgend jaar. Check.
De dag begon vroeg, om half vijf, met motregen, hond uitlaten en een stevig ontbijt voordat ik op de fiets naar het station sprong. Nog maar net in de trein werd ik verschrikt door een gebedsoproep uit een smartphone, dat gelukkig snel werd uitgezet. In de Duitse ICE pikte ik stiekem een Vorrangplatz in, bestemd voor mensen met een stok of een ontzettend dikke buik. Ik voldeed aan geen van beide, desondanks geen klagende conducteurs. Ik merkte dat ik de kaasplakken voor mijn lunch was vergeten, die ik op Frankfurt Hauptbahnhof gelukkig opnieuw kon verkrijgen. De Duitse spoorwegen is van uitersten qua snelheid: veel vertragingen en gemiste aansluitingen, maar als het meezit ga je 300km per uur. Na de 7e overstap, van Interlaken-Ost naar Grindelwald begon de trein aan een klim op een tandradbaan. Mensen stonden op om foto’s te maken van het uitzicht. Ik stapte na een reis van 11 uur uit de trein in een hevige plensbui en wachtte even tot de kraan dichtging voor ik de klim waagde naar mijn hostel.

Na een slechte nacht (te warm, nerveus, opkomende verkoudheid) vertrok ik naar het meeting point. De groep van 10 deelnemers bestond vooral uit Duitsers, Zwitsers en een Braziliaan (Marcio). 3 mensen (waaronder ik) gingen voor de E51 discovery tour en de rest voor de E101. Werner Marti, onze begeleider en tevens meervoudig wereldkampioen ski mountaineering, gaf de briefing in ZwitserDuits. Dit is voor mij net als Schots en Fries vrijwel volledig onverstaanbaar. Gelukkig verstond Marcio het ook niet dus kregen we nog een samenvatting in het Engels toen we op weg gingen. We begonnen met rennen tot het te steil werd, waarna we overgingen op hijgende wandelpas. Ik kon het tempo goed bijhouden en liep in het midden. We liepen door een kudde geiten. Eén bleef angstig een heel stuk tussen ons meelopen totdat Déborah Chiarello, de andere begeleider en tevens parcoursrecordhouder van de Patrouille des Glaciers en meervoudig winnaar van de E35, het dier terugbracht naar waar het vandaan kwam.

Gaandeweg, bij de eerste bergpas, de Grosse Scheidegg, na bijna 1 kilometer klimmen, werd het voor mij en een andere deelnemer blijkbaar zwaarder dan voor de rest want ze gingen sneller dan ik kon (en nodig vond). Ik raakte achter. Omdat het oorspronkelijke idee was om de groep te verdelen in een langzame en een snelle groep bestond de langzame groep nu uit Patrick, Déborah en mij. De rest, de snelle groep dus, was redelijk aan elkaar gewaagd. Bij First, waar we neerstreken in een restaurant met een prachtig uitzicht, nam Patrick afscheid van ons. Zijn batterij was leeg en had blijkbaar ineens(?) de volgende ochtend een afspraak in Basel. We gingen verder en ik werd nu persoonlijk begeleid door Werner. Af en toe werden we opgewacht door het peloton, zo ook op een plek boven de veegrens, waar we vers en ijskoud bergwater konden tappen.

Ik keek omhoog en had de bergtop, de Faulhorn, met het berghotel in zicht. Ogenschijnlijk onbereikbaar ver en hoog. Ik had gedacht mijn stokken niet nodig te hebben, maar toen Werner mij zo zag ploeteren, bood hij zijn ultralichte Leki carbon stokken met kurken handgrepen aan. Nu met meer mentaal en fysiek houvast baande ik mij gestaag een weg naar boven met de gedachte aan een heerlijke biertje dat boven op me te wachten stond, waar intussen de rest al aan de eerste teugen begonnen was. Het beloofde panorama-uitzicht werd ons ontnomen door wolken, maar het bier smaakte daardoor niet minder.

Het complex op de top bestaat uit een (historisch) berghotel en een wat moderne berghut, waar wij sliepen. Terwijl de hotelgasten zich moesten behelpen met lampetkannen, hadden wij stromend ijswater uit een gletsjer van 80 meter lager. Je sliep hier zoals gebruikelijk in een berghut matras-aan-matras. Na een paar biertjes was het onhoudbaar geworden om niet naar de wc te gaan in de nacht. Een hele onderneming om zo zachtjes mogelijk te doen en om buiten in het aardedonker, half op de tast, de wc te bereiken zonder te struikelen van de trappetjes. Die ochtend was wolkeloos en het uitzicht op bergen als de Eiger, de Mönch en de Jungfrau was nu adembenemend.

Ze vroegen waar ik trainde voor dit soort trails. Ik vertelde dat de hoogste berg in de buurt 45 meter hoog is. Dat vonden ze wel grappig. Voor Hollandse begrippen is dat nog best flink. Ik vind het een luxe, zo’n top in de buurt. Veel Nederlandse bergtrailers moeten zich behelpen met trainen op bruggen. In Grindelwald heb je dit soort marginale hoogteverschillen al in een gemiddelde straat. Om in mijn hostel te komen moest ik al bijna 100 meter klimmen. Door in zo’n gebied te wonen heb je meteen al een gigantische voorsprong.

Na een stevig ontbijt en twee sterke bakken gletsjerkoffie begonnen we aan de afdaling. Ook nu kon ik de eerste kilometers aardig bijblijven, maar al gauw was het merendeel me te snel af. Het lijkt wel of je de een melodie moet improviseren op een piano met willekeurige rotsblokken als klavier. Één valse noot en je ligt, als je geluk hebt, zonder gebroken botten op het pad, en kan weer verder. Tot nu toe had ik dit geluk en dat wilde ik graag zo houden. Er was nog een dame achter mij met last van haar knie. Die werd vergezeld door haar partner en is ergens uitgestapt. Haar partner haalde ons later weer in.

De afdalingen werden steiler en technischer. Soms liep je zelf een stukje in de sneeuw. Ik kreeg last van mijn grote tenen die tegen de voorkant van mijn schoenen drukten (recept voor blauwe nagels die er later afvallen) en strikte mijn veters strakker. Ik werd onder de hoede genomen door Déborah. We kwamen in een sprookjesachtig woud met een steile afdaling zoals je er in de Ardennen ook veel hebt, alleen hier kwam er geen eind aan. De vermoeidheid had nu echt toegeslagen. Nu afdalen door velden met hoog gras. Het liefst zou ik me hier willen laten vallen om uit te rusten. Maar er moest weer een berg, de Schwand, beklommen worden om vervolgens af te dalen via velden, wegen, koeienweiden, nog meer stukjes bos, nog meer velden. Mijn benen gingen serieus pijn te doen. Dit begon echt niet meer leuk te worden. Maar ineens waren we beneden in Burglauen, het splitspunt.
De E51-lopers namen hier afscheid van de E101-lopers die begonnen aan hun volgende klim naar hun volgende berghut. Wij hoefden alleen nog maar 7 km naar Grindelwald, langs de rivier. De andere 2 lopers kozen om hard te lopen. Voor mij was de druk eraf. Ik ging wandelen. Onderweg probeerde ik te berekenen of het me zou lukken om deze twee etappes in de tijdslimiet van 13 uur te voltooien, maar het begon me te duizelen.

De laatste 7 kilometer in de brandende zon en de laatste kilometer omhoog klimmen van de rivier naar Grindelwald was zo wandelend nog best te doen. Ook hier zaten de 2 andere E51-ers al aan de halve liters en ik sloot mij daarbij aan. Ik vroeg aan Marcio of de race me wel zou lukken binnen de tijdslimiet. Hij zei: “ja, want je zat telkens vlak achter ons.” Later keerden zij huiswaarts naar Bern en Geneve en ik naar mijn hostel in Grindelwald om de volgende ochtend vroeg weer aan een nieuw treinavontuur van 11 uur richting huis te beginnen.
Grindelwald, tot volgend jaar!


Geef een reactie