We reden de parkeerplaats van de Bokkendoorns op met onze zwarte Prius terwijl een witte Prius net wegreed, met daar omheen rennend een hond. De auto parkeerde weer, naast onze auto. Het baasje leek de hond niet te pakken te krijgen. Blijkbaar deed hij een poging die bij kleine kinderen nog wel eens wil werken. Willen ze niet verder of mee, doe dan gewoon of je weggaat en in 9 van de 10 gevallen komt het kind alsnog (brullend) aangelopen. Onze hulp werd ingeschakeld om de nog jonge hond te vangen. Het was een jonge hond die heel behendig alle pogingen van ons ontweek. Ook de aantrekkingskracht van ons hondje hielp niet. Het baasje gooide dennenappels in onze richting waar de hond op af kwam. Uiteindelijk kreeg mijn dochter de hond, die een speciaal tuigje om had met een soort handgreep, te pakken.

Waar we voor gekomen waren kon nu beginnen. We liepen naar ‘Bloemendaal aan Zee’, een officieuze woonplaats getuigende het witte (in plaats van blauwe) plaatsnaambord. Behalve de voortrazende auto’s op de Zeeweg was de omgeving prachtig. Groene glooiende bolle bergen (duinen) en bloeiende bermen met witte en gele bloemen. Net als in echte gebergten heb je bij de kust een boomgrens. De bomen worden lager en lager tot er nog een laatste struikje staat. Uiteindelijk rest alleen nog helmgras en ten slotte niets anders dan zand waar wind en water vrij spel hebben.

Op de boulevard stond er bij de strandopgang een wit rond bord met een rode rand en een zwarte hond. Hier mochten er geen honden op het strand. Ook onze hond niet, al is die wit. De lucht was prachtig en kraakhelder. We hadden een haarscherp uitzicht op de boortorens, windmolens en schepen aan de horizon. De wolkenpartijen waren prachtig. Toen we dat allemaal aanschouwd hadden kregen we trek in ijs, maar daar waar je ijs kon halen was al gesloten. Een gemiste kans voor die verkooppunten op de boulevard waar de hele zomer lang zonsondergangers vertoeven.

De zon was nog niet onder en nog heel erg fel. We liepen naar het Duinpieperpad. Dit bleek een losloopgebied te zijn. Daar beklommen we een hoog duin. Vanaf hier zagen we de zonsondergang. Bailey is dol op zand en dol op bergen. Zandheuvels zijn voor hem het paradijs. Toen we terugliepen hing zijn tong uit zijn bek.

Thuis bleken we gelukkig nog ijs in de vriezer te hebben.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.