Dit jaar beleefden wij onze zomervakantie uit praktische overwegingen in eigen land. Om toch een beetje een buitenlandgevoel te krijgen verkozen wij Zuid-Limburg, ook wel het land zonder grenzen genoemd. En je zou je kunnen voorstellen dat je hier de uitlopers van de Eiffel en de Ardennen betreedt.

Wij betrokken voor twee weken een appartement in een aanbouw van een ±400 jaar oud vakwerkhuis aan de rand van Kerkrade op de Kaffeberg. Het huis heeft Spaanse, Oostenrijkse en Franse overheersingen doorstaan alsmede aardbevingen en dommigheden. Zo heeft een eerdere eigenaar de pennen uit de gaten van het houten vakwerk uit één gevel getrokken. Die gevel is toen gaan hellen. In deze staat hebben de huidige eigenaren het overgenomen. In 1992, na de zwaarste Nederlandse aardbeving ooit, ging de gevel nog verder hellen en hebben ze de gevel hersteld, zonder vakvulling van stro en leem, maar met metselwerk. De tegenoverliggende gevel is nog wel origineel. Nog niet zo lang geleden is er naast het huis een zeer grote schuur gebouwd. Deze is voorzien van vakwerkstijl. De muren zijn wit en voorzien van donkerbruine planken. Zo lijkt ook de schuur van een afstand van dezelfde bouwwijze als het woonhuis.

De voorzieningen in de gebouwen zijn echter moderner dan het gemiddelde huis in Nederland. Het huis wordt verwarmd d.m.v. een warmtepomp, die helaas net stuk was gegaan vlak voor ons verblijf. Dat was geen ramp want het was tenslotte zomer. De ramen zijn voorzien van sensoren waarmee de verwarming laag gaat als deze worden geopend. Het schuurdak ligt vol zonnepanelen.

Als gasten hadden wij de beschikking over een heerlijk grote tuin. In een ander deel van de tuin liepen geiten en een schaap. De buren hadden alpaca’s en daar kwamen tijdens onze vakantie nog varkens bij.

Als je de deur uit liep en het doodlopende straatje overstak, kon je zo het Kaffebergsbos inlopen. Dit bos ligt op een helling. Beneden ligt Cranenweyer, het enige stuwmeer van Nederland. Dit stuwmeer helpt wateroverlast te voorkomen in het lager gelegen Eygelshoven. Dit lukte tijdens de watersnood in onze vakantie niet helemaal, maar heeft dit dorp wel voor een grotere ramp behoed. Na een paar dagen van harde regen, toen Limburg elke dag uitgebreid in het nieuws kwam steeg het water in het meer. Ik liep daar elke dag, met of zonder hond. Een prachtig stukje bos met veel steile paden. Op sommige padden rond het meer stond het water op een dag kniehoog. Op de plek waar het water het stuwmeer uitliep in de Anstelerbeek ontstond een kolkende massa water. Een deel van de bomen viel om.

De volgende dag was ik erg nieuwsgierig en daalde weer af naar het meer en liep er omheen. Maar deels liep ik er nu doorheen. Een groter deel van de paden stond nu onder water. Het meer was nu veel groter. Het was hier en daar zo diep dat het water tot mijn heupen kwam. Toen ik er bijna omheen was zag ik een mountainbiker aarzelen om een ondergelopen pad door te waden. Voor fietsen was het hier te diep. Hij was aan het filmen voor zijn vlog. Hij wist niet hoe diep het was. Ik ging hem voor en hij volgde. Omdat hier ook een paar bruggetjes over het pad onzichtbaar waren geworden moest hier wel voorzichtig worden gelopen. Dus op het pad en niet er naast. Gelukkig waren hier geen ontbrekende putdeksels, maar wel gaten in het brugdek. Gelukkig kwamen we ongeschonden weer op het droge en vervolgden onze wegen.

Ik nam ook een kijkje stroomafwaarts. Het beekje was een kolkende rivier geworden en liep dus naar Eygelshoven. Het beekje overstroomde en het water stroomde door een aantal straten. Gelukkig niet zo erg dat er auto’s door de straten dreven. Wel liepen er kelders onder en werd dit gepoogd tegen te gaan met zandzakken. Het water in het meer stond ongeveer 3 meter hoger dan normaal. Als al dat water meteen door was gestroomd zou de overlast in dat dorp een stuk groter zijn geweest. Het weer klaarde op, het water stroomde weg en het waterniveau in Cranenmeyer kwam weer op het oude peil. Overal op de paden lagen omgevallen bomen.

Wij ontvingen huurfietsen en gingen hiermee de omgeving verkennen. We maakten o.a. een fietstocht naar boscafé het Hijgend Hert, net ver van het drielandenpunt. Hoewel we fietsen met 24 versnellingen hadden viel deze toch niet mee voor de dames. Omhoog was te zwaar ondanks de vederlichte versnelling en omlaag was te eng. Onderweg gingen we nog enkele keren de Duitse grens over. Het laatste stukje naar het Hijgend Hert hebben we gelopen, via een smal bospaadje.

We fietsten ook naar de Wilhelminaberg. Een berg van mijnafval met een indoor skibaan en de hoogste trap van Nederland. Ik was hier eerder met de Vertical K Serie, waarbij ik 13 keer deze trap moest beklimmen en afdalen. Deze keer deed ik drie beklimmingen. De anderen bleven beneden. Op de top waren ze iets nieuws aan het bouwen. Ruim voor de top was de trap al afgesloten met een hek. Gelukkig kon ik er langs glippen om toch de top te kunnen bereiken. De eerste twee beklimmingen ging de hond een stukje mee. Hij is gek op klimmen maar trappen, daar houdt hij niet zo van.

Ik fietste ook af en toe alleen. Zo fietste ik de grens over, waar je soms weinig van merkt. Ik fietste naar een eenzame berg in een omringend vlak landschap. De Bergehalde Grupe Adolf. Top 260 meter. De voet van de berg is al 150 meter. Hier zette ik de fiets neer en liep naar de top.

We bezochten ook het Blotevoetenpark bij Brunssum, dat zeer de moeite waard was. Het heeft een parcours van ± 4 kilometer met veel verschillende ondergronden en hindernissen. Zo loop je door en over het water. Door dikke en dunne modder. Over boomstammen in allerlei formaties. Ik zou hier nog wel een aparte blogpost aan kunnen wijden.

De opblaasbare sup die we hadden meegenomen hebben we twee keer gebruikt. Omdat er geen ander geschikt water in de buurt was gingen we suppen in Cranenweyer. In dit meer wordt doorgaans niet gezwommen maar wel gevist. Maar je wordt ook niet tegengehouden als je hier wel gaat zwemmen of suppen. Dat deden wij dus. De tweede keer zat er een Duitse fietser uit te rusten op het bankje waar wij te water gingen. Hij wist te vertellen dat hier zeer grote vissen zwommen, meervallen. En dat we moesten oppassen met ons hondje. Zo’n vis van 180 cm zou zo’n hondje gemakkelijk als prooi kunnen aanzien.

Toen de anderen de plaatselijke dierentuin bezochten, reed ik het de hond naar Maastricht, naar de st. Pietersberg.

Hoewel we ook Valkenburg hadden willen bezoeken was dat deze vakantie geen goed idee. Ons vakantiehuis stond op een berg, waardoor wij geen wateroverlast hadden en onze vakantie gelukkig niet in het water viel in tegenstelling tot die van collega’s, die wegspoelden van hun campings. Dus onze vakantie was ondanks wat beperkingen en met spectaculair natuurgeweld om ons heen toch zeer geslaagd te noemen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.