Tien dagen, drie landen, 186 kilometer en ruim 12.200 hoogtemeters rond de hoogste berg van West-Europa — 25 juli t/m 5 augustus 2026

Achtenvijftig jaar, drie kinderen en al een tijdje het plan om ooit eens de Tour du Mont Blanc te lopen: de klassieke rondwandeling van ruim 170 kilometer door Frankrijk, Italië en Zwitserland, met de Mont Blanc voortdurend als stille reus in het zicht. Dit jaar was het zover. Grotendeels solo, af en toe met wisselend gezelschap dat ik onderweg tegenkwam en steeds weer terugzag.

EtappeAfstandHoogtemetersBeweegtijd
122,6 km1.553 hm5u31
217,5 km1.363 hm4u17
314,5 km1.110 hm3u38
414,1 km635 hm3u32
518,5 km1.010 hm4u30
623,8 km1.703 hm5u17
725,4 km820 hm5u26
813,9 km1.257 hm4u29
921,7 km1.288 hm5u32
1014,1 km1.479 hm4u12
Totaal186,1 km12.218 hm46u29

Twaalfduizend tweehonderd hoogtemeters: meer dan twee en een half keer de hoogte van de Mont Blanc zelf, uitgesmeerd over tien dagen lopen.

Leuk weetje: exact ditzelfde rondje is ook het parcours van de UTMB (Ultra-Trail du Mont Blanc), de beroemde non-stop trailrace waarbij de deelnemers de hele tocht ononderbroken afleggen, dag en nacht door. Mijn totale beweegtijd, dus zonder de uren dat ik rustte, at, sliep of op transfers wachtte, kwam uit op 46 uur, 29 minuten en 11 seconden. Dat is, heel toevallig, net binnen de officiële cut-offtijd van de UTMB: 46 uur en 30 minuten vanaf de start in Chamonix. Negentien seconden speling, verspreid over tien dagen in plaats van in één ruk, weliswaar, maar toch.

Heenreis

Zaterdag 25 en zondag 26 juli
Met de Flixbus naar Chamonix

Voor de zekerheid veel te vroeg op station Sloterdijk voor de Flixbus naar Lille. De stoel naast me bleef lang leeg, tot er ergens onderweg toch iemand naast me kwam zitten die prompt in slaap viel, met zijn hoofd voorover zakkend tegen mijn schouder. Ik duwde hem terug. Dat herhaalde zich een paar keer.

In Lille had ik ruim twee uur overstaptijd. Ik liep de stad in, werd aangesproken door bedelaars, kocht wat eten en drinken in een supermarkt en at dat op in een parkje. Naast het parkje stond een fanfareorkest klaar om te beginnen, met, toepasselijk genoeg, I Just Can’t Get Enough. Ik keek nog even toe en liep toen met een omweg terug naar de Flixbushalte voor de nachtbus naar Chamonix.

Ik had een plek achter de trap, niet ruim, maar met niemand ervoor die zijn stoel omlaag kon doen, en de hele weg de plaats naast me vrij. Parijs, Lyon. Het was inmiddels laat en ik deed een poging tot slapen. Dat lukte, tot er na een paar uur ineens een chauffeurswissel was: lichten aan, mensen naar buiten om te roken. Daarna lukte het wonderbaarlijk genoeg om weer in slaap te vallen.

Om acht uur ’s ochtends kwam ik aan in Chamonix, kocht een buskaartje en ging richting de start in Les Houches.

Etappe 1

Zondag 26 juli: Les Houches → Gîte de Pontet
22,6 km · 1.553 hm klimmen · 5u31 beweegtijd

Het regende licht. Ik stapte uit waar de navigatie-app het startpunt aangaf, net iets verder dan de officiële start, waar de bus voorbij was gereden. Dat stukje zou ik dan maar op de laatste dag meepakken. Meteen ging het flink omhoog, en het voelde goed om na zo’n lange busreis eindelijk weer actief bezig te zijn. Het regende te zacht en het was te warm om een regenjas aan te trekken. Wel deed ik de regenhoes om de rugzak.

Na een klim naar 2.100 meter (vanaf 1.000 meter) en een afdaling terug naar 1.200 meter viel mijn telefoon uit, geen navigatie meer mogelijk. Ik was vergeten de kaarten in de app de download voor offline gebruik. Terug naar de analoge kaart dus. Het duurde even voor ik weer wist waar ik was, en na een verkeerd rondje lukte het om Gîte de Pontet te bereiken, de berghut voor de eerste overnachting.

Ik ben aan de bar gaan zitten met een man uit Liverpool, ook 58, ook drie kinderen, en maakte kennis met Ryan uit Nebraska en met Jurgen en Cas, vader en zoon uit Den Haag, met wie ik de rest van de tocht nog vaak zou optrekken. Onder het genot van een biertje wachtten we op het avondeten. Om half negen viel ik als een blok in slaap en werd niet eens wakker toen de anderen naar bed gingen.

Etappe 2

Maandag 27 juli: Gîte de Pontet → Bourg-Saint-Maurice
17,5 km · 1.363 hm klimmen · 4u17 beweegtijd

Na een nacht van bijna tien uur slaap, exclusief een half uurtje tussendoor wakker liggen, en een stevig ontbijt ging ik er meteen stevig tegenaan. Het liep voorspoedig; onderweg ving ik water op uit een bergbeek en dronk het meteen op. Vers bergwater is prima drinkbaar, mits het van hoog genoeg komt en er geen vee graast in het opvanggebied erboven: het klettert dan zo hard naar beneden dat insectenlarven of ander ongewenst gezelschap geen schijn van kans krijgen. Om kwart over twaalf was ik al klaar, veel te vroeg, want ik moest tot zes uur wachten op de transfer naar het hotel, ver beneden in het dal.

Ondertussen zat ik bij een restaurant aan tafel met drie Polen die ook de TMB liepen, maar in minder dagen en kamperend. Daarna las ik urenlang onder een boom. Later kwam ik Ryan tegen en dronken we samen een biertje, tot er iemand naar ons toe kwam die kennelijk naar ons op zoek was: de taxichauffeur naar hotel Basecamp in Bourg-Saint-Maurice, in het dal. Via een reeks enge haarspeldbochten kwamen we daar aan. Het was daar zeer warm.

We hadden een hele luxe achtpersoons slaapzaal met twee badkamers, een keuken en een zithoek, en kregen een driegangenmenu voorgeschoteld. Ik sliep lang, en werd af en toe wakker van de warmte.

Etappe 3

Dinsdag 28 juli: Les Chapieux → Refuge Elisabetta
14,5 km · 1.110 hm klimmen · 3u38 beweegtijd

We werden ’s ochtends vroeg teruggebracht naar de TMB-route bij Les Chapieux. Samen met Arne uit België en Ryan gingen we op pad. Het eerste stuk voerde over een weg waar we steeds opzij moesten voor auto’s, tot zich de kans voordeed om aan de andere kant van de rivier over een veel mooier paadje te lopen, dat deden we dan ook.

Ryan had het zwaar: elke honderd hoogtemeters moesten we pauzeren, hij was misselijk. Stukje bij beetje kwamen we toch op de bergpas, waar we de grens met Italië passeerden. Ryan besloot daar even te gaan liggen; Arne en ik lieten hem daar achter en daalden in een versneld tempo af.

Refuge Elisabetta lag prachtig, maar we waren weer veel te vroeg, het was pas lunchtijd, en zelfs op tweeduizend meter hoogte was het in de zon te heet om te zitten, terwijl binnen alle plek al bezet was. We zochten een schaduwplekje en wachtten op de incheck, die plaatsvond via een centrale briefing. We kregen een plek toegewezen op de zolder, op een matras waar tien mensen naast elkaar sliepen.

Etappe 4

Woensdag 29 juli: Refuge Elisabetta → Maison Vieille
14,1 km · 635 hm klimmen · 3u32 beweegtijd

Na een warme nacht was het eindelijk tijd om op te staan en te ontbijten. Zonder verplichtingen om met anderen op te trekken, vertrok ik solo. Onder de berghut lagen wat verlaten gebouwen die ik eerst verkende, waarna een afdaling volgde en vervolgens een lange, kaarsrechte vlakke weg door een moerasachtig gebied vol stroompjes en groen.

Door van de route af te wijken kon ik omhoog lopen naar een gletsjermeertjestweeling. Door het slinken van de gletsjer was één ervan drooggevallen; de andere was nog deels gevuld met stilstaand water, dat, omdat er geen gletsjerwater meer in stroomde, was opgewarmd tot een graad of vijftien. Ik besloot erin te zwemmen. Daarna weer terug naar de TMB. Tijdens een flinke klim kwam ik mijn reisgezelschap opnieuw tegen. Op de top die volgde zagen we in de verte een helikopter met een pakket eronder, dat kennelijk werd afgeleverd bij een gebouw tegen de steile helling van de Mont Blanc.

Dieren waren die dag volop aanwezig: ganzen, een kip die ik onderweg aaide, en meerdere schaapskuddes met herdershonden, geiten en een ezel. Bij een van de meren viste ik nog een halfverdronken vlinder uit het water. Verderop kwam ik een gletsjer tegen waar duidelijk nog maar een fractie van over was.

Tijdens de afdaling passeerden we nog twee meren. In het eerste, opnieuw stilstaand en iets kouder, zwommen we wederom. Het tweede was heel blauw en wemelde van de kikkervisjes, eind juli!, terwijl we die bij ons thuis al in mei zien in de Oosterplas.

We bereikten Maison Vieille, waar ik een los bed kreeg in een slaapzaal met nog drie stapelbedden. De douche was helaas koud. Ik vermoed dat ik hier mijn handdoek ben kwijtgeraakt.

Die avond zag ik de mooiste maansopgang van mijn leven. Eerst zaten we in ligstoeltjes richting de Mont Blanc, waar de zon achter verdween met mysterieuze strepen in de lucht. Even later hoorden we schapenbellen. Er kwam een kudde aan, maar we zagen nog niets, en draaiden onze stoeltjes om in de richting van het geluid. We konden ver de bergen inkijken, waarbij de verdere bergen steeds vager werden in een niet heldere lucht. Een flinke kudde schapen, geiten en een ezel kwam in beeld, opeengedreven door honden. Opeens was er in de lucht een vaag geel vlekje te zien. Het was, schat ik, rond kwart voor tien toen de volle maan omhoogkwam uit de mist en, doordat ze nog niet ver boven de horizon stond, optisch enorm groot leek.

Etappe 5

Donderdag 30 juli: Maison Vieille → nabij de Mont Blanc-tunnel
18,5 km · 1.010 hm klimmen · 4u30 beweegtijd

Na een koude nacht, pas na het opstaan zag ik de stapel extra dekens die had klaargelegen, was ik voor zonsopgang wakker en kreeg ik het idee om foto’s te maken van het effect van de opkomende zon op het landschap. De zon kwam nog niet boven de bergen uit, maar scheen al wel op de top van de Mont Blanc. Ik kreeg het steeds kouder en besloot een stukje omhoog te rennen om warm te worden, en schoot onderweg nog wat mooie plaatjes. Bij het ontbijt was er goede Italiaanse koffie.

Solo ging ik weer op pad, eerst een steile afdaling van 750 meter naar het stadje Courmayeur. Onderweg kwam ik de man uit Texas weer tegen; hij had in het stadje overnacht, voelde zich lui die ochtend en had als een soort ochtendgymnastiek de beklimming van 750 meter gedaan en was toen weer omlaag gelopen, ’s avonds zouden we op dezelfde plek overnachten. Een stel Singaporezen dat de TMB in omgekeerde richting liep, was een stuk luier: die namen de kabelbaan omhoog, dit skigebied wordt flink uitgebreid met het oog op de Olympische Winterspelen van 2030.

In Courmayeur zette ik voor het eerst sinds Chamonix weer voet in de bewoonde wereld en zocht meteen een supermarkt op voor fruit, dat ik al dagen niet meer had gegeten. Op een bankje met uitzicht op de verre berghut waar ik zou slapen, at ik een banaan en hielp ik een Canadese vrouw via Google Maps aan een openbaar toilet. We raakten aan de praat; ze liet een filmpje zien van een rit met de kabelgondel langs de top van de Mont Blanc, waarop beneden een groep alpinisten op weg naar de top te zien was. Ze vertelde ook dat ze eerder de Elbrus, de Kilimanjaro en de Ararat had beklommen.

Ik passeerde weer verschillende mensen van onze groep, en streek bijna aan het eind van een lange klim neer in het gras onder een groepje bomen, waar ook al veel anderen pauzeerden. Na nog een klein klimstukje volgde meteen een lange daling, waarbij ik van bovenaf de ingang van de Mont Blanc-tunnel kon zien. Bij een routecheck bleek ik verkeerd te lopen: ik zat op de TMB-route, maar had moeten afslaan op een piepklein paadje. Onze overnachtingsplek lag praktisch naast, zo’n kilometer van, de tunnelingang.

Ik kwam aan en er was geen sterveling te zien, ook niet binnen. Op het terras wachtte ik op een teken van leven, tot er eindelijk andere wandelaars binnenkwamen en iemand verscheen om ons in te checken en van koude drankjes te voorzien. De rest van de dag werd lekker geluierd en gesocializeerd, met een prima avondeten. Ik sliep die nacht met Jurgen en Cas op één kamer met twee stapelbedden.

Ik was nu op de helft van de route, met ergens rond de vijf kilometer cumulatief klimmen en weer dalen op de teller. Het klimmen ging me met de dag beter af, vermoedelijk dankzij wat extra rode bloedcellen, terwijl ik bij het dalen wat voorzichtiger was: ik wilde tenslotte niks breken.

Etappe 6

Vrijdag 31 juli: naar Gîte Alpage de la Peule
23,8 km · 1.703 hm klimmen · 5u17 beweegtijd

Iemand had het weerbericht bekeken: er zou vroeg in de middag onweer komen. Omdat het een lange, pittige etappe was, besloot het merendeel het eerste stuk af te snijden met de bus, een deel van de route dat we de dag ervoor eigenlijk ook al gelopen hadden om bij de berghut te komen, mét een flinke klim erin. Een paar mensen gingen niet mee met de bus, waaronder ik. Ik had de avond ervoor gezegd dat het me in zes uur zou lukken, dus zette er meteen na een snel ontbijt de vaart in. Bij een bergrestaurant kwam ik de busgangers tegen, die kennelijk geen haast hadden. Ik liep door, mijn proviand had ik toch al zelf bij me, aangevuld met fruit dat ik af en toe onderweg in een dorpje kocht, iets wat de berghutten zelf niet boden.

Er volgde een prachtig stuk met lichte stijgingen en dalingen, een beetje als het hoogteprofiel van een loopje in de duinen. Daarna een flinke afdaling, waarbij het begon te regenen, gevolgd door een stijging van achthonderd meter met lange, echt steile stukken, best afzien, en ondertussen moest ik steeds opzij springen voor fietsers die naar beneden downhillden. Steeds leek de top in zicht, maar telkens verscheen er een volgende. Uiteindelijk zag ik in de verte een hoop mensen op wat de echte top moest zijn. Dat klopte. Ik pakte een appel uit mijn rugzak en ging er in een aardig vaartje vandoor naar beneden, nog een afdaling verder, tot Gîte Alpage de la Peule, in vijf uur en vijfenveertig minuten. Het was pas één uur en ik was gevrijwaard van onweersrisico’s, de busgangers waren pas uren later dan ik bij de berghut, doordat ze onderweg onder meer bij een restaurant waren gaan zitten in plaats van doorlopen. Zij hadden daardoor meer risico gelopen, al hadden ze uiteindelijk geluk: er kwam voorlopig geen onweer.

Ik kon meteen inchecken en kreeg een los bed toegewezen in de slaapzaal, het enige niet-stapelbed in de dortoir, waarschijnlijk vanwege mijn lengte. Het was er erg druk met doorgaande TMB’ers, waaronder veel Amerikanen, en stukje bij beetje arriveerden ook de anderen van de groep, terwijl het volgens de voorspelling toch echt zou gaan onweren. Naast de hut was een weiland met koeien met bellen. De bui kwam uiteindelijk pas om negen uur ’s avonds, met een flinke hoosbui, toen ik net in bed lag.

Etappe 7

Zaterdag 1 augustus: naar Relais d’Arpette
25,4 km · 820 hm klimmen · 5u26 beweegtijd

Zonder haast vertrokken, en bijna de verkeerde kant op. Een etappe met relatief weinig hoogtemeters, maar qua afstand bovengemiddeld: vijfentwintig kilometer. Ik zag een bergmarmot en liep grotendeels solo, een flink stuk samen met een Duitse jongen uit Freiburg die de ambitie had om nog langere trails in de VS te lopen. Onderweg kwamen we een man tegen die de Appalachian Trail had gelopen; ik liet de Duitser bij hem achter, omdat die man zijn verhaal deed maar erg langzaam liep.

Later kwam ik aan bij het meer van Champex. Ik had ernaar uitgekeken om erin te zwemmen, dus dat deed ik ook, een stuk kouder dan de voorgaande meren, ik ging er na zo’n twee minuten alweer uit. Langs het meer werd ik begroet door Caroline, die net herenigd was met haar vriend: omdat ze hem zo miste, was hij vanuit de VS naar haar toegekomen om haar de laatste drie dagen van de tocht te vergezellen.

Even later kwam ik de Duitse jongen weer tegen, die vroeg of hij de goede kant op ging. Ik zei ja, maar toen hij water was gaan halen bleek mijn eigen route juist af te wijken van de TMB, en liep ik terug om hem dat te vertellen. Hij kon nog een stukje meelopen voor hij weer moest afslaan. Ik vervolgde mijn weg langs een pas naast een snelstromend beekje, heel idyllisch, en kwam aan bij Relais d’Arpette, mijn verblijf voor de nacht. Inchecken was pas om vier uur, maar de douches waren al eerder toegankelijk, wat goed uitkwam. Ik deelde de kamer, met slechts twee stapelbedden, met Ryan en twee jonge Australische vrouwen die via dezelfde organisatie hadden geboekt.

Etappe 8

Zondag 2 augustus: over de Fenêtre d’Arpette naar Trient
13,9 km · 1.257 hm klimmen · 4u29 beweegtijd

Na de relatief vlakke etappe van de dag ervoor stond vandaag de hoogste pas van de hele route op het programma: de Fenêtre d’Arpette op 2.700 meter, met adembenemende panorama’s. Ook de stukken door het bos waren dit keer prachtig, regelmatig leek het wel of ik door de Ardennen liep, met af en toe een blik op gigantische bergen tussen de bomen door. Het deed denken aan het idyllische pad langs de Ninglinspo, de zijrivier van de Amblève, een aanrader voor wie ooit in de Belgische Ardennen loopt.

Deze dag kon je kiezen uit twee routes: de normale en de uitdagende. Cas kreeg het idee om de uitdagende te doen, en dat sprak mij ook wel aan. In de verte was het punt op 2.700 meter al te zien waar we overheen moesten. Het pad liep in gradaties van steilte en techniek op: het begon breed en vlak, ging over in smal en steil, en werd uiteindelijk een aaneenschakeling van rotspartijen waar je voorzichtig overheen moest klimmen, of van rots naar rots springen.

Boven aangekomen was het uitzicht adembenemend: een gletsjer op ooghoogte, besneeuwde toppen, scherpe pieken en in de verte een bergmeer. De afdaling was minstens zo lastig, ik moest mijn armen gebruiken omdat het zo steil en rotsachtig was, en gleed op de losse steentjes een paar keer onderuit. Geleidelijk werd het pad vriendelijker. Uit de gletsjer kwam een kolkende rivier, en waar het pad daarlangs liep stond een oudere man naar het water te kijken. Hij zei dat je tenminste één keer in je leven die kant op gekeken moest hebben. Dat deed ik, en ik maakte nog een foto. Via een zijpaadje kon je tot aan de rivieroever komen om het kolkende water van dichtbij te zien, te horen en te voelen, je voelde zelfs het koelende effect op de lucht.

Daarna volgde een toeristisch pad met links een rivierkloof en rechts een berg, waartussen het water zo geleidelijk afdaalde dat het stroompje kilometerslang naast het pad bleef lopen. Veel kleine kinderen speelden erin, en ook een jong hondje ging erin, bij het eruit komen was hij zo dol dat hij bijna de diepe kloof in liep.

Nog een flink stuk steil afdalen bracht ons naar Trient, waar we overnachtten in Hotel Mont Blanc. De mensen die we elke dag tegenkwamen kwamen stuk voor stuk binnen, en de kring in de tuin werd steeds groter. We kregen soep, salade, pasta en ijs toe. Zoals bijna iedereen, ging ook ik, rond negen uur, op tijd naar bed, daarna was het of doodstil, of ik hoorde het simpelweg niet omdat ik als een blok in slaap viel.

Etappe 9

Maandag 3 augustus: naar Gîte le Nouveau Grassonet
21,7 km · 1.288 hm klimmen · 5u32 beweegtijd

De dag begon weer met een flinke klim. Ik liep met Jurgen en Cas mee. Zij hadden er aardig het tempo in. Uiteindelijk kon ik ze toch achter me laten, omdat Jurgen het tempo niet kon bijbenen, Cas had het wel gekund, hij haalde me zelfs nog één keer in, maar wachtte op zijn vader. Bij het hoogste punt lag een refuge, waar ik een cola nam voor ik verderging. Eerst volgde een afdaling, toen een heftige beklimming over paden van leisteen waar je regelmatig op de dunne kanten van de platen moest lopen. Daarna kwam een vriendelijke afdaling, niet te steil en soms verlicht door houten traptreden. De zon brandde hevig, tot ik in een dicht bos liep waar de boomwortels dienstdeden als treden.

Onze slaapplaats lag ruim drie kilometer van de TMB-route af, via Argentière, waar ik nog wat te drinken en fruit kon halen, en verder over een bospad naar Gîte le Nouveau Grassonet. Toen iedereen van de groep binnen was, gingen Ryan en ik nog even met de bus terug naar Argentière voor wat drankjes en snacks. Na een goed avondmaal moesten we zelf afwassen, waarna de vermoeidheid me het bed in dreef.

Etappe 10

Dinsdag 4 augustus: naar Les Houches, het eindpunt
14,1 km · 1.479 hm klimmen · 4u12 beweegtijd

Het ontbijt moesten we zelf klaarzetten. Om zeven uur zou er vers brood worden gebracht, maar helaas… het werd oud brood van de dag ervoor.

Voor de laatste etappe nam ik een stukje de bus naar een halte op 750 meter van de TMB-route. Eenmaal uitgestapt liep ik, wat onhandig, eerst naar het dichtstbijzijnde punt van de route zoals de navigatie-app die aangaf, via de autoweg naar beneden, en zo stond ik ineens weer in Argentière. Vanaf daar ging het klimmen. Eenmaal lekker in een flow liep ik een afslag voorbij en moest na zo’n kilometer omkeren om het juiste pad te nemen: dat naar de ladders. Onderweg haalde Ryan me voor het eerst in tijdens een klim, ik was inmiddels behoorlijk moe. De ladders bleken een flinke reeks opeenvolgende ladders en leuningen, best spannend, en er volgden er nog meer.

Op de top lag Lac Blanc met een restaurant, waar ik een aantal mensen van de groep trof. Ik begon aan de afdaling, die druk was met TMB’ers en dagjesmensen die met de kabelbanen een stukje van de route in de bergen liepen. Een tijd liep ik achter een Fransman met een lekker tempo, daarna met een man uit Perth die het tempo nog verder opvoerde. Toen ik pauzeerde om te drinken liep hij door. Er stond nog een aardig klimmetje in de route, en eindelijk stond ik boven het kabelbaanstation naar Chamonix. Even een cola drinken, en me voorbereiden op de afdaling naar Les Houches, het officiële eindpunt. Kort daarna kwamen ook Jurgen en Cas aan.

Gedurende het nuttige van een maaltijd bestudeerden we het laatste stuk route. We ontdekten dat er nog vijfhonderd meter klimmen en vijftienhonderd meter dalen op ons wachtten. Dat zagen we niet meer zitten: we namen de kabelgondel naar Chamonix, en van daar de bus naar Les Houches voor de finishfoto. Om me op te frissen dook ik nog even in een meertje waar je eigenlijk niet mocht zwemmen. Op tip van Cas gingen we naar burgerrestaurant Poco Loco, een tentje van amper twee meter breed maar erg populair, waar ik buiten moest wachten tot er boven een plek vrijkwam aan de lange, smalle tafelrij. De veggieburger met halloumi smaakte voortreffelijk. Daarna naar Restaurant Hydromel, waar we met de hele groep hadden afgesproken om nog wat te drinken voor onze wegen zich scheidden. Er werd geproost, de laatste avonturen werden uitgewisseld, we namen afscheid, en ik liep naar de Flixbushalte.

Terugreis

Dinsdag 4 en woensdag 5 augustus
Met de Flixbus terug naar huis

Eerst de bus naar Genève, een kort stukje, daarna anderhalf uur wachten op de nachtbus naar Parijs. Op mijn plek lag een jongedame te slapen over twee stoelen; ze moest toch plaatsmaken, want de bus zat afgeladen vol. Er was niet genoeg beenruimte, dus moest ik mijn benen het gangpad in steken, niet ideaal om te slapen, al dommelde ik af en toe in.

Op busstation Parijs-Bercy viel mijn oog onderweg op een metalen beeld van een indiaan. Later, terugkijkend op mijn telefoon, bleek daar toevallig ook nog een foto van mijn dochter Amber te staan, gemaakt bij datzelfde beeld in 2016. Tien jaar tussen twee foto’s op precies dezelfde plek, op de terugreis van een tocht van 186 kilometer rond de Mont Blanc, toevalliger kon het niet.

In de bus naar Amsterdam was gelukkig genoeg beenruimte en de plek naast me vrij. Ik kon zelfs nog wat slapen.

Nawoord

Een week na thuiskomst, op 12 augustus, kwam ik een artikel tegen over een Franse burgemeester die pleit voor een reserveringsplicht op de populaire delen van de Tour du Mont Blanc, met een foto van een stampvolle top. Op mijn eigen foto van diezelfde top, precies dezelfde plek, was het lang niet zo druk: op toppen blijven mensen kennelijk sowieso wat rondhangen voor het uitzicht, al heb ik ook op andere, drukkere stukken van de route gelopen. Bovendien was dit een stukje van de alternatieve, uitdagende route; de officiële route is daar de rode variant, dus in theorie zou het hier juist minder druk moeten zijn.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.