’s Morgens om 9:40 rende Mark Kiptoo over de weg waarlangs onze tent stond. José was onder de indruk van deze atletische Keniaan. Zijn marathonrecord is 2:07:50 (2018, Frankfurt). Vele anderen volgden. Ruim een uur later kwam ik langslopen. Ik kuste José, knuffelde onze hond en ging door. Weer vele anderen volgden, maar ze had daar lang genoeg gestaan en besloot mij te volgen via mijn live-locatie op Whatsapp.

Ik was die ochtend om vijf uur opgestaan om op tijd bij de start in Interlaken te kunnen zijn. Ik trok mijn hardloopbroek, trailschoenen en Loopgroep03-shirt aan en moest naar de wc. Daarna flink ontbijten. Mijn hardloopvest, die ik de avond ervoor had ingepakt, deed ik om en ik moest weer naar de wc. Vervolgens wandelde ik naar het station in Lauterbrunnen waar ik nogmaals naar de wc moest. De laatste keer dat de zenuwen zo op mijn darmen sloegen was voordat ik de eerste keer in een vliegtuig stapte.

Het perron stroomde langzaam steeds voller met afgetrainde hardlopers. Velen hadden reeds een startnummer en een tas die naar Grindelwald of de finish vervoerd zou worden. Ik nog niet. Het voelde een beetje onwerkelijk. Ik ging dit doen, maar of ik er klaar voor was, geen idee. De trein bracht ons naar Interlaken. Ik wandelde met de stroom hardlopers mee en kwam uit bij het Auditorium, waar ik mijn startnummer en tas in ontvangst nam. Startnummer opgespeld, spulletjes in de tas en inleveren. Maar omdat ik mijn tas bij de finish wilde hebben, in plaats van in Grindelwald (standaardlocatie), moest ik terug om een speciaal label te halen.

Ondertussen bleek Edward, die ik ken van het FlowRunnersweekend in de Voerstreek, in de rij voor de herentoiletten te staan. En dat was niet voor de urinoirs. Blijkbaar hadden meer mensen last van nerveuze darmkanalen. Je kunt het maar kwijt zijn. We liepen naar het startvak en maakten een selfie voor de FlowRunners appgroep. Hij stond ter hoogte van een richttijd van 5 uur. Ik besloot naar achteren te gaan, ik wilde niet mee met de snelle starters. Als ik niet rustig zou lopen zou het niks worden die dag.

Eén van de 4000 deelnemers kwam aan per paraglider met het logo van de Jungfrau Marathon op de parachute. De laatste minuten voor de start weerklonk de muziek van Vangelis, Conquest of Paradise. Prachtig. Na de starttijd duurde het nog minutenlang voordat de mensen vóór mij in beweging kwamen. Er was geen weg terug in deze mensenmassa die in beweging kwam, dus restte mij geen keuze om ook maar te gaan lopen.

Ik had me niet heel goed verdiept in het parcours, maar na een rondje door Interlaken kwamen we, verrassend genoeg, nogmaals door de start. Veel mensen langs het parcours, veel bombarie, veel sfeer. We verlieten Interlaken en volgden daarna de witachtige Lütschine rivier stroomopwaarts naar Lauterbrunnen.

Lauterbrunnen is een enorme toeristische trekpleister. Bekend van de 72 watervallen. Deze plek heeft Tolkien geïnspireerd tot het bedenken van Rivendell, een vesting van de elven in de bergen in Midden-Aarde. De avond na de race zagen we dat de bekende Staubach waterval was uitgelicht met enorme ledlampen. Je kon er ook omhoogklimmen om de waterval van dichtbij te bekijken. We klommen omhoog met de hond. Ik liep inmiddels een beetje moeizaam, maar het viel me niet tegen. Het pad was steil en ging over in stalen trappen en druipende tunnels. Uiteindelijk stonden we oog in oog met het kletterende water en bedachten dat dit overdag er vast mooier uitzag hier. Op de terugweg liep een groepje jongeren omhoog. Vreemd genoeg droeg één van hen een kat. Ik vroeg me af of dit wel een goede plek was om een kat mee naar toe te nemen. In gedachte zag ik die kat zich al losmaken uit de greep en in paniek van de rotswand springen na het voelen van allemaal natte spetters.

Nadat ik voorbij onze kampeerplaats was, resten er nog 5 vlakke kilometers. Ik keek inmiddels uit naar de verandering van gewoon hardlopen naar gestaag klimmen. Mijn wens werd vervuld: de beruchte Muur van Wengen kwam in zicht. Om het te benadrukken moest je door een gat in een muur lopen en klonk daar The Wall van Pink Floyd. Via haarspeldpaadjes baanden we ons een weg naar boven. Voor sommigen zo steil dat ze hun handen en het houten veiligheidshek gebruikten als extra hulp tegen de zwaartekracht. Met splinters in de hand op de koop toe. Tot hier stonden er kilometerbordjes, maar die hadden nu plaatsgemaakt voor bordjes om de 250 meter. Niet echt motiverend want door die bordjes leek het of je voor geen meter opschoot.

Intussen was Mark Kiptoo het gevecht om de eerste plaats aan het verliezen. Tot de laatste controlepost in Wixi, op 38,5 kilometer, liep hij nog voorop. Tijdens de laatste kilometers werd hij gepasseerd door maar liefst 9 heren en had hij onder de finishboog nog slechts een voorsprong van 40 seconden op de eerste dame.

In Wengen, een autovrij bergdorp, was een doorkomstpunt dat ik voor 13:00 bereikt moest hebben. Ik was er om 12:13. Genoeg speling, deze had ik alvast gehaald. Het was feest in Wengen. Het deed me denken aan de Vierdaagse van Nijmegen. In elk dorp staan de inwoners de deelnemers aan te moedigen, ze bieden eten en drinken aan en er spelen lokale orkesten en zijn er luidsprekerboxen buiten geïnstalleerd. Het ging hier heuvelafwaarts, dus rennen, maar dat ging niet echt lekker meer. Ik was blij toen het weer omhoog ging en ik de looppas kon verruilen voor een wandelpas.

Na een tijdje omhoogzwoegen met ongeveer 70% van de zuurstof op zeeniveau zag ik daar ineens Edward lang de kant zitten. Hij bleek misselijk te zijn geworden na een paar gels en neigde naar opgeven. Ik nam hem op sleeptouw en we kuierden samen verder naar boven. Het tempo was vooralsnog hoog genoeg om op tijd Wixi, de laatste controlepost, te passeren.

Edward had al lang niets gegeten en ik vertelde dat ze bij de vorige verzorgingspost cola hadden. Dat had hij niet gezien. Gelukkig hadden ze dit spul ook bij de volgende post. Als je maag niets meer verdraagt is cola het laatste redmiddel. Desondanks leek dit niet heel goed te vallen.

Onderweg zag je regelmatig deelnemers met kramp. Dat bleef ons gelukkig bespaard. We kwamen 44 minuten voor de sluiting van het laatste doorkomstpunt, Wixi, aan. Daarna ging het pad ineens flink naar beneden. Zonde van al die geklommen meters! Het brede pad ging over in een splitsing van single tracks naar links en naar rechts. Om opstoppingen te voorkomen openden en sloten ze deze paden om beurten om zo steeds een plukje lopers links- of rechtsom te leiden. Geen idee welke weg gunstiger was, maar wij hadden een ruig bergpad. Af en toe liep ik te wankelen en kon ik Edward bijna niet meer bijhouden.

De paden kwamen weer bij elkaar op het punt waar een groep alpenhoornblazers hun kunsten ten gehore lieten brengen. Als je naar rechts keek zag je de Eigergletsjer, of wat daar van over was. En omhoogkijkend zag je de finish. Die was nog best ver en hoog.

Het werd nu wel wat druk op het pad. Weer een stukje afdalen en nog een stukje klimmen. Het laatste restje energie moest er uitgeperst worden. Toen was daar eindelijk het bordje 42 km en liepen we ineens op de oranje loper de laatste 195 meter richting de finishboog.

Een verbeten blik maakte plaats voor een brede grijns onder de finishboog. Het was gelukt. Ik had mijn twijfels of ik zoiets nog wel kon, maar het behalen van dit bewijst dat mijn dagen voor dit soort uitdagingen nog niet geteld zijn. Wat zal ik nu weer eens voor leuks gaan doen?


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.