Staan en lopen

Sinds enkele weken beschik ik over een werkplek met een elektrisch in hoogte verstelbaar bureau. Ik kan dus op elk moment besluiten zittend, dan wel staand te werken. Dit in het kader van ‘zitten is het nieuwe roken’ en ‘zitten is dodelijk’.

CPIHWgEUcAAoM5MIn korte tijd merkte ik dat ik het al best lang kon volhouden om staand te werken. Maar na een paar weken lukte dat ineens niet meer. Ik denk weer een typisch geval van te-snel-te-veel. Ook merkte ik veranderingen in het hardlopen. Ik trainde minder en toch kreeg ik last van pijn in mijn rechterheup, -been en -voet na een grotendeels blootsvoets duurloopje van ongeveer 20 kilometer. Enkele dagen later kreeg ik de kans kreeg om een startnummer voor de Dam tot Damloop over te nemen en ik ging nog even een testloopje doen van minder dan 3 km. Weer pijn.

Ik besloot de volgende dag weer gewoon ouderwets zittend te gaan werken. En nu? Nu, lijkt de pijn grotendeels verdwenen. Dus waarschijnlijk is er een verband. Door teveel gestaan te hebben raakte mijn onderstel overbelast. Ik denk dat ik het morgen nog wel zal merken tijdens de DtD.

Een halve door Amsterdam – Blootsvoets

De spanning liep op naarmate de dag van de gezamenlijke training van 21 km voor de Crazy Barefoot Marathon dichterbij kwam. Ik begeef mij nog niet zo lang blootsvoets op verharde ondergrond. Voorgaande jaren voornamelijk alleen in de duinen en op het strand. Gedurende de training op stoepen, straten en fietspaden ging er een wereld voor mij open. Een wereld die ik nog niet kende, n.l. die onder mijn voeten. Daar weet je helemaal niets van als je schoenen draagt. Bekende wegen waar je al heel vaak gelopen hebt zijn ineens venijnig of juist heel aangenaam om op te lopen. Er is een dimensie bijgekomen. De ondergrond bepaald voor een flink deel je actieradius. Tenminste bij mij, als relatief beginnend barrevoetse hardloper.

Na mijn eerste blootsvoetse 10 km op verharde ondergrond heb ik nog een aantal keer afstanden tot en met 10 km gelopen. Niet 1 keer daarboven. De tijd tot de training van 21 km was te kort om het risico te nemen om (bloed)blaren op te lopen. Een van de laatste loopjes op voornamelijk fietspadasfalt met een grillige structuur gaf me het vertrouwen dat een halve marathon geen kansloze onderneming was.

11281914_10207047281049847_215070353_nMet ongunstige weersvoorspellingen brak de betreffende dag aan. Regen, onweer. Ojee… De voeten worden dan week en extra kwetsbaar. Nooit eerder had ik met blote voeten (een significante afstand) op een natte straat gelopen. Ik maakte me wat zorgen en werd gelukkig gerustgesteld door deze forumdraad. Ik fietste naar station Bloemendaal om daar op de trein te stappen. Op Amsterdam CS nog een overstap naar station Muiderpoort. Van daaruit was het nog ruim 10 minuten lopen naar het huis van Ruth (o.a. Feetback, Barefootevenement en de Crazy Barefoot Marathon), van waaruit we, na een kop koffie en chocoladekokosballetjes, met 8 heren en 1 dame een lichte regenbui inliepen. De straat was kletsnat, maar voelde niet onaangenaam.

11536467_1061726003857476_6074005552885299651_oEerst richting het IJ. Het vertrek van de pont was bijzonder goed getimed. We waren nog geen 10 seconden aan boord eer we van wal staken.  Het werd droog en we liepen een stukje door Amsterdam Noord.  Ruth gidste de groep over het parcours, compleet met informatie over architectuur en bezienswaardigheden. We namen de pont en belandden in de drukte achter het Centraal Station. Vincent droeg een supermanshirt. Enkele keren viel zijn shirt meer op dan 9 paar blote voeten. Maar vaker nog sprongen de voeten wel in het oog en waren de opmerkingen niet van de lucht. Veel opmerkingen over glas: ‘Fijn! Met al dat glas!’.

11647372_10207047283289903_5607316_nEven later hadden we weer alle ruimte en liepen we richting het Westerpark. De zon ging schijnen. Na een sanitaire stop in een gratis openbaar toiletgebouw baadden we pootje in een ondiepe langgerekte waterbak en liepen een stuk over gras. Wel even prettig aan de voeten. Vervolgens richting het centrum. Hoe ze het deden weet ik niet maar enkelen van ons kregen regelmatig de toekijkende toeristen aan het klappen en aan het juichen. In het centrum liggen voornamelijk gladde klinkers, alleen liggen ze niet overal gelijk. Op de meeste plaatsen waren de stoepen het gladst, maar toch nog zo ongelijk dat het niet prettig aanvoelde (na al weer flink wat kilometers). De fijne brede gladde trottoirbanden boden uitkomst en voelden aan alsof er fluweel lag.

10511335_887838201283630_8974989031086846993_nNa een fotomoment op de Dam, weer richting het IJ lopend, klommen Ruth en Ruud op de constructie van een brug om er aan de andere kant achter te komen dat ze er daar niet af konden vanwege punten die erop waren gemaakt om mensen ervan te weerhouden erop te klimmen. Bij het IJ was een brug van houten planken met tussen elke plank een uitstekende (klemtoon op uit) strook ijzer. Wel fijn om overheen te lopen met schoenen als het glad is, maar niet met blote voeten. Voorzichtig wandelend ging het echter probleemloos en we vervolgden onze weg richting molen De Gooyer met tussendoor nog een verademend stukje gras.

1508656_887838167950300_2255276740917688925_nHet was vlak voor we bij die molen waren, na ongeveer 21 km, dat we een straat inliepen met nare stekelige klinkers. Er was geen uitwijkmogelijkheid naar iets gladders. Ik vond het mooi geweest en trok mijn FiveFingers aan die ik voor zekerheid had meegenomen. Rob kreeg op datzelfde moment flink last van zijn rug en moest even heel rustig aan doen. De laatste 2 km liepen we samen richting de finish waar 2 gezonde en bovendien heerlijke taarten wachtten om door ons verorberd te worden. Ik lag even in de zon op het balkon mijn voeten omhoog. Op 2 tenen waren kleine bloedblaren aan het ontstaan.

Mijn voorzichtige conclusie op dit moment is dat voor mij een hele marathon op blote voeten niet haalbaar is. In ieder geval niet over ruim 2 maanden. Denk ik. Een mogelijkheid is dat ik in estafettevorm (fiets + lopen) meedoe. Het was een bijzondere ervaring in het gezelschap van bijzondere mensen die ik niet graag had willen missen. En ik moet niet vergeten dat een halve marathon blootsvoets ook al een mijlpaal is.

Geen schoen kan een foute voetlanding compenseren

Wat betreft de kop boven dit artikel: Leg de klemtoon op schoen en niet op geen. Een hiellanding kan je vergelijken met het verticaal laten vallen van een staaf. Als deze de grond raakt komt hij abrupt tot stilstand. Bij een voorvoetlanding is de vergelijking dat de staaf schuin valt. De staaf raakt de grond met minder impact want de rest van de staaf is nog niet klaar met vallen. Als je blootsvoets over een stalen plaat loopt met een voorvoetlanding is de kracht van de impact tot 7x kleiner dan wanneer je geschoeid op je hielen landt op dezelfde stalen plaat.

Fig1bHoe dit zich verhoudt tot een middenvoetslanding wordt niet duidelijk in dit artikel omdat ze zich focussen op het verschil tussen voorvoet- en hiellanding. De laatste alinea vermeld dat het uitmaakt of de middenvoetslanding meer in de buurt komt van een voorvoetslanding of meer in de buurt van een hiellanding en dat krachten in ieder geval verdeeld worden over een groter oppervlak.

In ChiRunning, de techniek die ik heb aangeleerd, landen we op onze middenvoet. Als ik schoenen draag vind ik het erg moeilijk om te ervaren of de middenvoetslanding goed wordt uitgevoerd. Blootsvoets is dit een stuk eenvoudiger. Als je dan net iets teveel op je hiel landt voel je dat meteen. Bij een middenvoetslanding maak je gebruik van de krachtige veer die in de voetboog zit.

Looptechniek maakt dus het verschil, niet de schoenen.

Lees verder het Engelstalige artikel op de Harvard-site, toegelicht met veel foto’s en filmpjes: Biomechanical Differences Between Different Foot Strikes

Rondje zwemles Selena

Altijd handig. Het trainen combineren met iets anders zodat er geen kostbare tijd verloren gaat. Zo ook deze woensdag. Selena moest weer eens naar zwemles en dan gebruik ik de tijd tussen brengen en halen om een stukje te lopen in de omgeving.

Vorig jaar liep ik dan een rondje door Velserbroek en Spaarnwoude, maar dat ging vervelen en bovendien liep ik een aardig stuk lang de snelweg wat niet bevorderlijk is voor de gezondheid. Dus tegenwoordig loop ik naar duiningang Duin en Kruidberg, loop daar een rondje en vervolgens weer terug naar het zwembad (Ben Rietdijk, Velserbroek).

Het duurde even voor ik een geschikt rondje had. Een paar keer had ik de tijd/afstand iets verkeerd ingeschat en kwam ik te laat terug bij het zwembad. Het hier afgebeeld rondje is kort genoeg om zelfs met rustig lopen nog ruim op tijd terug te zijn.

Nu ik mijn blote voeten enigszins serieus aan het trainen ben loop ik dit rondje ook deels blootsvoets. Omdat ik rustig opbouw vergroot ik het deel blootsvoets steeds een klein stukje. Deze keer was het 3km waarvan ongeveer de helft onverhard door de duinen.

De ene onverharde ondergrond is de andere niet en met verharde ondergronden idem dito. Zo is een aarden bospad zonder obstakels de fijnste ondergrond om op te lopen. Maar, naar gelang de hoeveelheid stenen, steentjes, takjes en wortels verandert ook het loopcomfort.

Hoe meer ik blootsvoets train, hoe beter ik op spartaanse ondergronden loop, althans, dat is het idee. In de praktijk merk ik hier nog niet heel veel van. Misschien wordt de huid onder de voeten wel sterker en minder blaargevoelig, de zenuwen vinden het nog maar niks en geven veelvuldig aan de bovenkamer door dat ik moet stoppen met dat gedoe. Als ik stop en mijn voeten inspecteer is er gelukkig niets aan de hand, maar ik neem mij voor om tijdens iets langere ongeschoeide trainingen mijn voeten minstens 1 keer per half uur visueel te inspecteren. Want, een bloedblaar voel ik niet altijd aankomen. Een inspectie is niet altijd eenvoudig omdat de voetzool langzaam verdwijnt onder een zwart laagje vuil. Dan zie je de eventuele beschadigingen niet, maar een combinatie van kijken, voelen en een rustige opbouw is volgens mij de beste manier om een gestage duurzame aanpassing van de voet te bewerkstelligen, waarbij ik hoop op een sterkere voetzool in de vorm van een sterkere huid, dikkere vetkussentjes, sterkere spieren en pezen, meer haarvaten en sterkere botjes. Voeten die in staat zullen zijn zonder schoenen een persoon 42 kilometer mee te voeren over een verharde ondergrond.

Vergeten besparingen – De hooikist

Als je isolatie toepast blijft de warmte langer gescheiden van de kou. Dit wetende, kan je veel gas of elektriciteit besparen door je huis te isoleren. Dit is een redelijk ingeburgerd fenomeen. Maar dat je ook tijdens het koken veel gas kan besparen (of eigenlijk minder gas kan verspillen) door een aan de kook gebrachte pan in een hooikist te stoppen, beseffen nog te weinig mensen. Vandaar mijn artikeltje. Doe er jezelf en de wereld voordeel mee.

Hooikist "Het Spaarvarken&quot, 1936
Hooikist “Het Spaarvarken”, 1936

Een hooikist is een geïsoleerd kastje. Eigenlijk zoals je koelkast maar dan zonder koeling. Nu heb ik (nog) geen hooikist, maar ben al wel druk aan het experimenteren met de techniek. Dat kan heel eenvoudig door de pan in een bed onder de deken stoppen. En heb je een jong kind dat vroeg naar bed gaat? Die profiteert dan van het voorverwarmde bed. Neem wel klachten als ‘Mijn bed ruikt naar rijst’ op de koop toe.

Het laatste geslaagde hooikistexperiment was het koken van bieten. Omdat het een tijdje duurt voor de hitte het binnenste van een flinke biet bereikt, laat ik de pan 5 minuten koken alvorens deze de ‘hooikist’ in gaat. Anders koelt het water in de pan weer af door de lage temperatuur van het binnenste van de biet. Je moet geen haast hebben. Het beste is om de bietjes een dag van tevoren te koken. Hoe lang de bieten precies in de hooikist moeten weet ik niet. Ik was ze eigenlijk vergeten en haalde ze er de volgende ochtend uit. Ze bleken toen gaar te zijn. Maar misschien is 2 uur ook al voldoende.

Rijst gaat een stuk sneller. Ik begin het bereiden van de maaltijd altijd met het aan de kook brengen van de rijst, die vervolgens in de hooikist gaat. Daarna groenten snijden, koken, bakken, enz. Als laatste komt de pan met rijst weer tevoorschijn en kan zo op tafel. Ideaal. Het is nauwelijks meer werk, je bespaart een hoop gas. Je hoeft niet telkens op te letten of het nog kookt (of niet overkookt). Dus je gasstel blijft schoon. Je hebt minder gaspitten nodig. Eigenlijk zijn 2 gaspitten meer dan voldoende. Ik zou zeggen: Moet je ook eens proberen.

Update 30 september 2015: Simpel en dagelijks toepasbaar

Sindsdien heb ik diverse andere groenten e.d. geprobeerd. Mits je het goed uitvoert, werkt het gegarandeerd. De inhoud van de pan merkt n.l. geen verschil. De groente tijdens het koken is 100˚ Celsius. Omdat het water borrelt weet je dat het nog kookt en op de juiste temperatuur is. Warmer dan die 100˚ wordt het niet, tenzij het in een snelkookpan zit en nog hetere stoom de groente (sneller) gaart. Zodra de groente aan de kook is gebracht en afhankelijk van de dikte van de groente niet of nog enkele minuten is doorgekookt, kan de pan de geïsoleerde omgeving in. Het idee is dat de temperatuur van de pan nauwelijks daalt. Die 100˚ is niet heilig. 95˚ werkt ook. Het kookproces gaat ongehinderd door. Als de groente niet heel lang hoeft te koken is een simpel fleecedekentje voldoende. Spreidt het dekentje uit, leg eerst een isolerende onderzetter of pannenlap in het midden en zet daar vervolgende de pan op. Sla nu het dekentje aan alle kanten dicht. Je kunt de gebruikelijke kooktijden aanhouden. Bieten, erwten en bonen moeten langer koken, dus langer heet blijven. Gebruik dan bijv. 2 fleecedekens en/of eventueel wat kussens of een dekbed.

Oost-westplaatsing van zonnepanelen

Een traditionele opstelling van zonnepanelen op een plat dak is het plaatsen van panelen op plastic consoles of frames onder een hoek van zo’n 35 graden in de richting van het zuiden. Vanwege de grote hoek is de windkracht die de panelen moeten kunnen doorstaan groot. Om hier weerstand tegen te bieden moet er flink wat ballast op het dak gelegd worden en mag de constructie niet te dicht tegen de dakrand staan. Meerdere rijen panelen staan in elkaars schaduw als ze te dicht bij elkaar staan. Het voordeel is dat de panelen het meeste zon vangen.

Een opstelling in oost-westelijke richting werkt heel anders. De panelen staan in een zigzagvorm onder een hoek van 10 graden. Ze kunnen nagenoeg tegen elkaar staan omdat ze slechts bij zonsondergang elkaar schaduwen toewerpen. Zo kan je dus veel meer panelen kwijt op hetzelfde oppervlak. Omdat ze veel minder wind vangen is veel minder ballast nodig en kunnen de panelen nagenoeg tegen de dakrand worden geplaatst. Vanaf de straat zijn ze bovendien niet of nauwelijks zichtbaar. Wanneer de panelen onder een kleine hoek staan wordt de maximale theoretische opbrengst teruggebracht naar ongeveer 90% van het maximum. Een groot deel van het jaar is het echter bewolkt en kan de hoek van 10 graden weer een voordeel zijn. Er komt nou eenmaal meer licht van boven dan van beneden. En hoe kleiner de hoek, hoe minder de richting van belang is. Dus een plaatsing in noordoost-zuidwestelijke richting of noord-zuidelijke richting kan net zo goed. In het slechtste geval ligt de helft van de panelen op het noorden en gaat de opbrengst van die panelen theoretisch terug naar zo’n 80%. Een bijkomend voordeel is de meer gelijkmatige energieopwekking waardoor de pieken wat minder worden.

De de opbrengst niet 100% is, is niet zo’n probleem. Toevallig zit ik hier in Haarlem in het deel van Nederland met het meeste zonuren per jaar, maar dat valt volkomen in het niet bij de opbrengst van panelen in Zuid-Europa. Het is allemaal relatief. De laatste jaren zijn zonnepanelen gehalveerd in prijs, waardoor de terugverdientijd zonder subsidie redelijk is. In ieder geval goed genoeg om er op termijn heel veel geld mee te besparen. Bovendien kan je in sommige gemeenten of provincies nog steeds gebruik maken van subsidieregelingen.

Je kunt natuurlijk ook wachten op panelen met een hoger rendement. Ja, dat kan. Maar dan wacht je misschien 5 jaar en dan blijken de HR-panelen misschien 50% of 100% duurder te zijn. Zo duur, dat je ze optimaal wilt plaatsen. Onder een hoek van 35 graden in de richting van het zuiden. Niet handig, want dan ben je toch beter af met de panelen van vandaag in een oost-west opstelling.

Zijn er dan helemaal geen nadelen?

Een nadeel is dat je af en toe je dak een bezoekje moet brengen om de panelen schoon te maken. Waar het vuil er onder een hoek van 35 graden bijna altijd vanzelf afspoelt in een flinke regenbui, zal dat minder het geval zijn onder een hoek van 10 graden. Daarnaast kan het zijn dat je op deze manier zo veel panelen op je dak kwijt kunt dat je meer stroom gaat opwekken dan je zelf gebruikt. Hier krijg je wel een vergoeding voor, maar hoe dat in de toekomst allemaal gaat worden geregeld, is nog maar de vraag.

Schuin dak?

Bij schuine daken kan je de hoek en de richting niet kiezen. Maar ook hier geldt dat door de lage prijs van de panelen het rendabel is om panelen te plaatsen op een dak in oostelijke of westelijke richting. Alleen bij een schuin dak op het noorden is niet aan te raden. Maar, is je dak aan de goede kant vol, en kan je goedkoop aan panelen komen, dan kan je het evengoed doen. Want ook al krijgen die panelen geen directe instraling, ze leveren toch nog wel een beetje. En op bewolkte dagen zullen ze niet veel onderdoen voor panelen op zuid.

Bronnen:

http://www.westlandsolar.nl/solar/informatie/oost-west-opstelling

http://www.degroenemug.nl/pages/posts/zonnepanelen-op-plat-dak-755.php